Sfeerfoto van BNNVARA

BNNVARA

Wij zijn voor

Een eerlijk en gelijkwaardig Nederland. Wij zijn voor. Jij ook? Samen zetten we dingen in beweging. Sluit je aan bij BNNVARA.

Wie is verantwoordelijk voor de aanpak van nepnieuws op social media?

2 okt 2020
  •  
leestijd 4 minuten
capturing-the-human-heart-9Kc7mQKq-zA-unsplash
Nepnieuws neemt een steeds grotere plek in op sociale media. Maar wie is verantwoordelijk voor de bestrijding en de mogelijke gevolgen ervan?

Miljoenen mensen wereldwijd zijn in de ban van een instant-noodle bezorgende drone. In een video, afkomstig uit Nigeria, is te zien hoe een drone komt aanvliegen met een doos instant-noodles. Een man vraagt de drone het pakketje op tafel af te leveren, vervolgens betaalt hij via een pinautomaat bevestigd onder aan de drone, en dan vliegt de bezorger weg.

Maar het blijkt te ‘mooi’ om waar te zijn. De video is gemaakt door middel van een 3D-visual effect animatie, meldt AFP Fact Check. Nep(nieuws), dus. Maar goed, wat maakt het uit? In dat geval wellicht niet zo heel veel. Een tweet van de recent overleden rechter Ruth Bader Ginsburg waarin ze claimt informatie te hebben die zou leiden tot een arrestatie van Hillary Clinton, is alweer van andere proportie. Ook dit nieuws bleek nep. Ginsburg had namelijk helemaal geen persoonlijk Twitter-account en heeft deze tweet dus nooit geschreven, meldt FactCheck.org. Toch werd het bericht, voor bleek dat het onwaar was, duizenden keren gedeeld.
Schermafbeelding 2020-10-02 om 17.08.07
Nepnieuws herkennen
Vlak voor de Amerikaanse verkiezingen, te midden van een pandemie en een ecologische crisis, wint nepnieuws steeds meer terrein, vooral online. Daarbij verspreidt nepnieuws zich op social media gemiddeld zes keer sneller dan gewoon nieuws, zo blijkt uit onderzoek van het vakblad Science en het Massachusetts Institute of Technology. Ook worden deze berichten meer gedeeld dan gewone nieuwsberichten. Die berichten kunnen zich zo makkelijk verspreiden omdat een groot deel van de mensen er grote moeite mee blijkt te hebben om nepnieuws te herkennen. Vooral kinderen en jongvolwassenen vinden het lastig zin en onzin van elkaar te onderscheiden en zijn gevoeliger voor complottheorieën, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Stanford. Ook bij herhaling van soortgelijk onderzoek in Nederland blijkt dat kinderen niet goed in staat zijn nepnieuws te herkennen. Het gevaar is dat jongeren hierdoor onbewust desinformatie verspreiden, aldus hoogleraar mediagebruik Elly Konijn van de VU, tegen NOS.

Hamsteren
Het kan iedereen overkomen. Ook Alicante-verslaggever Arda Kaya trapt er afgelopen maart bijna in. Een filmpje van hamsterende en ruziënde winkelbezoekers gaat rond op het internet. Arda deelt de video met zijn collega’s, die het al snel betitelen als nep. Maar dan rijst de vraag: waar komt die video wél vandaan? Na drie dagen intensief zoeken hebben ze de bron van de video weten te achterhalen. Een figurant van een speelfilm. ‘Het is compleet uit zijn verband gerukt en dan gaat zoiets zijn eigen leven leiden’, aldus Arda.
Drie dagen zoeken
De bron is dus te achterhalen. Maar voor de meeste mensen is een zoektocht van drie dagen niet doenlijk. ‘Je moet er maar zin in hebben. Ik ben journalist, het is mijn werk. Maar ik snap dat niet iedereen daar tijd voor heeft, volgens Arda. Daarom zijn Facebook en Twitter een samenwerking aangegaan met onafhankelijke factcheck-organisaties; in Nederland zijn het Franse Agence France-Presse en het Duitse Deutsche Presse-Agentur verantwoordelijk voor het factchecken van Facebook-berichten. Een verantwoordelijkheid die Facebook lang voor zich uitgeschoven heeft. In 2016 schrijft Facebook-topman Mark Zuckerberg dat ‘we extreem voorzichtig moeten zijn een scheidsrechter te worden voor de waarheid’.
Arda Kaya

Arda Kaya

© BNNVARA

Factcheck-procedure
De werkwijze is niet bepaald eenvoudig. Voor een Facebook-bericht bij een van deze factcheck-bureaus terechtkomt, gaan er nog een paar stappen aan vooraf. Allereerst moet het bericht door Facebook-gebruikers gerapporteerd worden als ‘onjuiste informatie’. Wordt dat vaak genoeg gedaan dan herkent een zelflerende computer deze melding, waarna die computer het bericht doorstuurt naar de factcheckers. Gebeurt dat maar weinig, dan moet een Facebook-medewerker het bericht eerst nog beoordelen, alvorens het naar de factchecker gaat. En dat kost tijd. Te veel, volgens Arda: ‘In de tussentijd heeft een bericht de potentie het hele land te laten denken dat het waar is. Het kan in korte tijd heel veel mensen bereiken. Het is dweilen met de kraan open.’ Ook hoogleraar Oude en Nieuwe Media Eugène Loos vindt deze werkwijze niet ideaal. Het kwaad is namelijk al geschied. ‘Ze lopen achter de feiten aan; het staat er al op. Ik denk dat je beter mensen op jonge leeftijd kunt trainen om kritisch te zijn op de betrouwbaarheid van nieuws’, aldus Loos. Want: hoe kan je ervan uitgaan dat Facebook-gebruikers een bericht rapporteren als ze niet kunnen onderscheiden wat echt is en wat niet?

Geen gegarandeerd succes
Daarbij is het ook niet gezegd dat een factcheck nog impact heeft. Mensen die nepnieuws zien, en geloven, zijn vervolgens moeilijk te overtuigen van het feit dat de voorgehouden informatie niet klopt. ‘De informatie is moeilijker te ontkrachten’, aldus Konijn. Een factcheck is dus geen gegarandeerd succes.
Daarom moeten we, volgens Arda, niet langer de verantwoordelijkheid voor nepnieuws enkel bij Facebook en Twitter leggen. ‘Het is fijn dat ze kunnen aangeven dat een bericht fakenews bevat, maar vervolgens zullen we zelf met elkaar in gesprek moeten gaan over het onderwerp.’ Het label ‘nepnieuws’ zal klimaat- of coronaontkenners niet van standpunt doen veranderen, daarvoor is een goed en gelijkwaardig gesprek nodig, volgens Arda.
Door Carolien Ronde

Meer over:

, ,