Sfeerfoto van BNNVARA
BNNVARA

BNNVARA

Vóór vooruitgang, vrijheid en verandering

We denken dat het beter kan: open, gelijkwaardig en rechtvaardig. Dit bereiken we niet alleen, dus sluit jij je aan?

VOLG ONS

Waarom vermoordde Ferdi E. Gerrit Jan Heijn?

18 nov 2019
  •  
leestijd 9 minuten
Ferdi E.

Ferdi E.

© ANP

In september 1987 ontvoerde en vermoordde Ferdi E. Ahold-topman Gerrit Jan Heijn. Journalist Twan Huys bezocht E. jarenlang in de gevangenis, maar kreeg nooit toestemming voor een interview. Nu is er de documentaire. Twan Huys over de aanloop naar de 2DOC De schrijver, de moordenaar en de vrouw.


Het is woensdagochtend 9 september 1987 als Ahold-topman Gerrit Jan Heijn zijn auto start in de garage van zijn villa in Bloemendaal. Hij rijdt een stuk naar voren en stapt uit zijn auto om de garagedeuren dicht te doen. Op dat moment rent er een man op hem af die hem met een vuurwapen bedreigt en hem, onder dwang, sommeert weg te rijden. Na een hele dag samen in de auto schiet de man Heijn om half tien ’s avonds op een stille plek in de bossen van het Gelderse Renkum dood. In de maanden daarna doet de moordenaar de familie van Heijn, de politie en de Nederlandse media geloven dat hij Heijn heeft ontvoerd. Daarbij gebruikt hij ook de pink van Heijn die hij op de dag van de moord heeft afgesneden. De man weet zelfs zo’n acht miljoen gulden aan losgeld te incasseren. Maar als hij zeven maanden later een deel van zijn losgeld uitgeeft bij een slijterij, loopt hij tegen de lamp. Op 6 april 1988, 211 dagen na de ontvoering, wordt de man gearresteerd in zijn woning. Hij blijkt Ferdi E. te heten, een 45-jarige werkloze vliegtuigbouwkundig ingenieur uit Landsmeer. 

Ferdi E.

Ferdi E.

Drie jaar later, op maandag 25 maart 1991, bezoek ik voor het eerst Ferdi E. De deur van de gevangenis in Scheveningen zwaait open. Op vertoon van mijn paspoort mag ik door de detectiepoort. Opnameapparatuur is hier binnen verboden. Lastig voor een VARA-radioverslaggever, maar toch. Maandenlang ben ik in touw geweest om via de advocaat van Ferdi E., Wim Anker, deze afspraak te regelen en nu is het eindelijk gelukt. Een radio-interview zit er voorlopig zeker niet in. Dat heb ik al eerder te horen gekregen van twee voorlichters van de staatssecretaris van Justitie, Aad Kosto. Ze geven aan bang te zijn voor lastige Kamervragen en voor de advocaten van de familie Heijn. Volgens directeur De Goede van de gevangenis Scheveningen zou een interview met Ferdi E. leiden tot ‘grote maatschappelijke onrust’. E. laat me een contractje ondertekenen. Ik mag alleen publiceren met zijn toestemming. Dit wordt een project van de lange adem, als het er al ooit van komt.


Ferdi E. wordt door de directie gezien als een querulant, een lastpak van de eerste orde. Voorlopig is een bezoek aan E. zonder interview het hoogst haalbare. Het maakt niet uit. Voor het eerst krijg ik een kans de man te spreken die bekend staat als een koelbloedige moordenaar die de familie Heijn eindeloos heeft gepest met afpersbrieven en het toesturen van een deel van de pink van Heijn.


Maar wie is Ferdi E.? Wat heeft hem bewogen en hoe heeft hij de ontvoering en moord uitgevoerd? E. was voor zijn daad een vliegtuigbouwkundig ingenieur uit Landsmeer, vader van drie kinderen, een belezen man. Twee jaar voor hij zijn misdaad begaat, raakt hij zijn baan kwijt bij het project Stichting Banenplan Nijmegen. Een project dat succesvol door hem werd geïnitieerd, maar waar het door hem zelf benoemde bestuur hem de laan uitstuurt na een hoogopgelopen ruzie. Vol wraakgevoelens plant hij minutieus de ontvoering en moord op Gerrit Jan Heijn, die in zijn ogen de regentenklasse vertegenwoordigd, de klasse die hij hartgrondig haat.

Ferdi E.

Ferdi E.

Het is drie uur ’s middag als ik de ‘advocatenkamer’ binnenloop. E’s advocaat Wim Anker is vandaag ook aanwezig en daarom krijgen we een aparte kamer, afgezonderd van andere gedetineerden in de bezoekersruimte. Naast E. en zijn advocaat is ook Els, zijn vrouw aanwezig. Els is kunstenares, 49 jaar oud, net als Ferdi E. op dat moment. Ze is sympathiek, maar oogt zenuwachtig, vooral als ze met haar man praat.


E. maakt ook een nerveuze indruk. Hij is klein van stuk, oogt fragiel en heeft eczeem op zijn handen. Ik vraag me af hoe deze man de boomlange Gerrit Jan Heijn een dag lang in bedwang heeft weten te houden. E. vraagt of we elkaar kunnen tutoyeren. Dat doen we. Samen met Els en zijn advocaat nemen ze de lopende zaken door. Of Els in moet gaan op een interviewverzoek van het VPRO-programma God zij met ons. Nee. Wat te doen met een computer van E. die in beslag is genomen in de gevangenis, en hoe hij zo snel mogelijk in aanmerking komt voor een tbs-plaatsing. E. is veroordeeld tot 20 jaar en tbs, maar de tbs-behandeling gaat pas in na zijn gevangenisstraf. Hij is dan ver over de 60.


‘Wat heeft een behandeling dan nog voor zin’, roept E. gefrustreerd.

Dan richt de aandacht van E., zijn advocaat en zijn vrouw zich op mij. Wat is mijn motief? Een interview? Dat zit er voorlopig dus niet in.

E. meldt met dicht geknepen stem: ‘Ik heb mijn gezin en dat van de familie Heijn al genoeg pijn gedaan, de openbaarheid zou de wonden nu opnieuw open rijten.’

‘Ik heb geen haast,’ zeg ik, ‘maar als je geen interview wilt geven, waarom zit ik hier dan?’


E. begint hij een lange klaagzang over het gevangenissysteem. ‘De behandeling hier binnen is inhumaan. Het matglas in de cel is belachelijk, de regels absurd. Het is allemaal pesterij. Hoe kan dit systeem ooit leiden tot resocialisatie?’ Daar moet ik volgens E. maar eens een radioreportage over maken. Hij maakt een neurotische, hysterische indruk. De intellectueel die met zijn ratio geen kant meer op kan. Een man die geen grip heeft op de harde werkelijkheid binnen de muren van de gevangenis waar alleen het recht van de sterkste geldt. Aan het einde van het bezoekuur raast en tiert E. nog steeds. Ik ben blij als ik uiteindelijk buiten sta in de frisse zeelucht van Scheveningen.

Ferdi E.

Ferdi E.

Een nieuwe afspraak volgt op 3 juni 1991. Deze keer met E.’s jongste dochter en met schrijver Tim Krabbé. Krabbé bezoekt E. al sinds 1989. Hij wil een boek over hem schrijven, ik een radio- of televisie-interview. We bezoeken E. vaker samen. Soms is dat ongemakkelijk. We willen tenslotte allebei publiceren over deze raadselachtige man die geen strafblad had maar nu toch de meest beruchte moordenaar van Nederland is.


Het ziet er in de jaren dat ik bij E. op bezoek ga niet naar uit dat het ooit zal lukken hem te interviewen. Toch blijf ik komen. Gewoonte, trouw, hoop op een interview. Al deze zaken spelen een rol. E. vertelt me in de loop der jaren in detail over de ontvoering en de moord op Heijn. Zo zegt hij: ‘Ik wist dat het moeilijk zou worden om hem dood te schieten nadat we de hele dag met elkaar waren opgetrokken. We voerden aardige gesprekken over zijn kinderen en over muziek. Heijn was kalm, ik hield hem voor dat de kidnap door een groep was georganiseerd. Rond de schemering wees ik hem op een vogel in de verte, hij draaide zich van me af en toen schoot ik hem door het hoofd.’


Nog steeds is E. woedend op de politierechercheur die hem na zijn arrestatie op 8 april 1988 verhoort. ‘Die rechercheur vergeleek mij met de Josef Mengele. Hij vond mijn daad net zo koelbloedig en gruwelijk als de daden van de nazi-arts. Ik heb mijn advocaat laten weten dat ik voortaan weigerde nog langer met die rechercheur te praten.’


In al die jaren dat ik hem bezoek, weet ik nooit zeker welke E. ik aantref in de gevangenis. Soms is hij de verbitterde, gefrustreerde misdadiger die alles en iedereen haat: journalisten, politici, ministers en bestuurders. Op andere momenten luistert hij aandachtig naar mij en wil hij alles weten over mijn werk, mijn relatie en mijn ouders. Hij stuurt een aardige brief met goede tips voor mijn vakantie naar Indonesië, het land waar hij kort heeft gewoond, maar ruzie heeft gekregen met zijn bazen van het bedrijf Eternit. Hij maakt houten armbandjes voor mijn vriendin die hij heel graag een keer wil ontmoeten. Op die uitnodiging gaan we niet in. Bij een volgend bezoek is de stemming compleet omgeslagen en is hij weer woedend op de wereld.


Als ik hem op 1 oktober 1993 spreek, is hij kwaad op justitie. Voor de tweede keer is een bezoek aan zijn vader, inmiddels 84 jaar, in Arnhem mislukt. De eerste keer was zijn vader niet geïnformeerd en de tweede keer kwam het justitie-team met E. te laat aan in Arnhem en was zijn vader al weer vertrokken. Hij is ziedend. Ook op regeringen die legaal moordend over de wereld trekken. En wat te denken van Frankrijk dat net twee geheim-agenten heeft gedecoreerd die een aanslag hadden gepleegd op het Greenpeace-schip Rainbow Warrior in Nieuw-Zeeland. Daarbij was zelfs een Nederlandse fotograaf om het leven gekomen.


‘Die gasten krijgen een lintje voor moord, en ik zit hier vast!’


‘Dat praat jouw moord toch niet goed’, zeg ik geïrriteerd. Het is zinloos. Hij zit muurvast in zijn eigen gelijk en betuigt nooit spijt. Schokkend vond ik zijn uitspraak in een gesprek in Scheveningen op 26 oktober 1993: ‘Ik heb geen wroeging over de moord op Gerrit Jan Heijn. Als ik morgen vrij zou komen, zou ik er geen nacht slechter om slapen. Het is alleen lastig en vervelend voor mijn vrouw en kinderen en voor de familie Heijn.’

Ferdi E.

Ferdi E.

Jarenlang rij ik, soms wel twee keer per maand naar de gevangenis in Scheveningen, later naar de tbs-kliniek Van Mesdag in Groningen en het laatste jaar naar de gevangenis Norgerhaven in Veenhuizen. Vaak vraag ik me af waarom ik deze reis blijf maken. We hebben alles wel zo’n beetje besproken, bovendien gaat de reis me tegenstaan. We praten nog steeds over een interview. In 1999 lijkt die mogelijkheid dichterbij te komen, maar dan word ik door de hoofdredactie van NOVA naar Washington gestuurd om daar Amerika-correspondent te worden. Na negen jaar komt er een einde aan mijn gesprekken met E. Ik ben opgelucht, heb zin in een nieuw avontuur en ben blij verlost te zijn van de reizen naar het noorden. Bovendien heeft E., vooruitlopend op mijn vertrek naar de VS, mij alvast ingeruild voor een andere journalist.


In Washington hoor ik soms nog berichten over E. Hoe hij bijvoorbeeld door een cameraploeg van Willibrord Frequin wordt opgewacht tijdens zijn proefverlof. Of over De kleine Britt, het boek dat E.’s vrouw publiceert over de inktzwarte periode in haar leven. In de jaren daarna verdwijnt Ferdi E. uit beeld. Tot ik op 3 augustus 2009 het bericht lees dat E. is doodgereden in zijn woonplaats Ruurlo door een graafmachine. Plotseling is E. weer in het nieuws. Ik stuur een condoleancebericht naar Els en zij stuurt een rouwkaart terug. Einde verhaal, zo lijkt het.

 

Nu, tien jaar later, is Ferdi E. weer volop terug in mijn leven. Door Vrienden, het boek over Tim Krabbé’s ervaringen met Ferdi E. en zijn familie dat deze maand verschijnt. Maar ook door mijn documentaire De schrijver, de moordenaar en de vrouw, over Ferdi E., waarvoor ik Tim Krabbé acht uur lang interviewde in de Bijlmerbajes, de plek waar hij E. voor het eerst ontmoette. We bespraken zoveel mogelijk details van deze krankzinnige zaak, of zoals Krabbé het verwoordde: ‘Ik was benieuwd naar het menselijke van een uniek exces.’


Ook gingen we op zoek naar nieuw beeldmateriaal. Maandenlang groeven we in de krochten van archieven en belden we met talloze betrokkenen. Uiteindelijk met succes. We kregen de complete opnamen in handen van het politieteam dat in 1988 een videoreconstructie met Ferdi E. maakte van de dag van de ontvoering en de moord. Drie uur opnamen met E. in de hoofdrol. Het is fascinerend beeldmateriaal waarin hij verkleed is met een bril, alpinopet en in bezit van het moordwapen. De opnamen vonden plaats in Bloemendaal en in Gelderland. Als in een speelfilm registreerden drie camera’s hoe E., deze keer zonder kogels, een stand-in ‘doodschiet’ op het plaats delict in de bossen van Renkum. Urenlang kijk ik naar die beelden. Zo vertelt Ferdi E. 32 jaar later tot in detail het hele verhaal.


2DOC: De schrijver, de moordenaar en de vrouw, vanavond, NPO 2, 20:25