BNNVARA

wij zijn voor

Een eerlijk en gelijkwaardig Nederland. Wij zijn voor. Jij ook? Samen zetten we dingen in beweging. Sluit je aan bij BNNVARA.

Wat als je moeder een complotdenker is?

12 apr 2021
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
2002 keer bekeken
tom-radetzki-idRpmZVNs30-unsplash
Wat doe je als een van je ouders verstrikt raakt in complottheorieën? Podcast Alicante spreekt met kinderen van complotdenkers.

‘Mijn moeder is in de ban van Willem Engel. Met de kennis van nu had ze ons nooit laten inenten. Ze heeft al maanden ruzie met de hele familie omdat wíj haar niet snappen en onze ogen niet openen. En ik ben gewoon mijn moeder kwijt.’

De maanlanding, 5G en nu is daar corona. Voor de moeder van Linus en die van Fenna reden tot zorg. Ze geloven dat de pandemie fungeert als machtsmiddel in een vooropgezet plan. En ze zijn niet van plan daaraan toe te geven. Want vooral de vraag ‘What’s next?’ houdt ze bezig. Waar ze zich nu nog zorgen maken om verplichte mondkapjes in het OV, zullen deze plannen snel leiden tot veel verdergaande maatregelen. Ze hebben het zelfs over verplichte chips, waarop mensen gemonitord kunnen worden. De enige stap die we tot voor kort nog verwijderd waren van die chip is de CoronaMelderapp. En die is nu live. Reden voor grote zorgen voor complotdenkers.

Voor we verder gaan is het handig om ons te verdiepen in hoe het precies zit. In het kort: wat is complotdenken? Arda Kaya geeft een spreekbeurt. 
Het is het enige waarover gesproken wordt als Linus zijn moeder bezoekt. Zelf gelooft hij ‘zeer zeker niet’ in de theorieën van zijn moeder. Voor Fenna geldt hetzelfde, ze is geen complotdenker. En haar moeder eigenlijk ook niet. Vindt ze zelf althans. Ze wil namelijk niet als zodanig benoemd worden. ‘Als ik een deskundige die ik hierover heb gesproken mag geloven, wil eigenlijk niemand die een complotdenker is of zou zijn complotdenker genoemd worden,’ legt Fenna uit. ‘Die kan zich daar in principe nooit in vinden.’

Mijn moeder is complotdenker
De term heeft een negatieve lading die niet alleen voor de complotdenkers zelf vervelend is, ook Linus gebruikt het woord liever niet. ‘Op een gegeven moment komt dat toch ter sprake – in gesprekken met vrienden – "Hoe is de band met je ouders?” Dan moet je het toch uitleggen en dat is weleens lastig.’ Dat herkent Fenna ook. ‘Ik heb het lang vermeden. Of eigenlijk drong het heel langzaam tot me door dat mijn moeder dat was. Of aan het worden was. (…) Het is niet dat ik dat ik dat trots rondvertel.’  

Lizardman
Iemand is natuurlijk niet van de ene op de andere dag een complotdenker. Zoals Fenna ook beschrijft, gaat dat heel geleidelijk. De eerste keer dat zij besefte dat haar moeder misschien wel in complotten geloofde, was toen ze een theorie deelde op Facebook waaruit bleek dat Poetin een hagedis zou zijn. ‘Ik heb toen wel even bij haar gecheckt: “Mam, waarom deel je dit?” Toen zei ze: “Het is niet dat ik het geloof, maar je kan ook niks uitsluiten en ik daag mensen uit om verder na te denken en rekening te houden met dat er dingen gaande zijn”.’
Dát – 'Ik geloof het niet, maar...' – is een veelgehoord argument onder complotdenkers, volgens Linus. ‘Mijn moeder gebruikt ook vaak het ‘excuus’ dat je overal voor open moet staan en niks moet uitsluiten. (…) Dat kan je overal op zeggen. Je kan heel verregaande ideeën delen en vervolgens zeggen: “Ik stel gewoon vragen”.’

Een kritisch uitganspunt, dat is de basis voor complotdenkers. Maar is dat ook niet juist de basis voor niet-complotdenkers?, vraagt Fenna zich af. ‘Dat hebben wij toch ook? Maar nee, mijn moeder vindt niet dat ik kritisch genoeg ben omdat ik tegenover sommige informatie afstandelijk sta.’ Bijvoorbeeld dat Poetin een hagedis is. Dat gaat er bij Fenna niet in. ‘Ik vind dat zo bizar. Daar is in mijn hoofd geen ruimte voor, om dat een fractie van een seconde te overwegen als mogelijkheid. Ik heb daar geen goede verklaring voor, maar dat geloof ik gewoon niet. Punt.’

Maar hoe ga je daar dan mee om?
Fenna’s eerste reactie was: vermijden. Wanneer het onderwerp aan de orde kwam negeerde ze de opmerkingen van haar moeder en hoopte ze dat het op die manier snel zou overwaaien. Nu probeert ze meer open te staan voor het gesprek. Voor Linus is dat anders. In het begin verviel hij voornamelijk in grappen. Iets wat zijn moeder niet kon waarderen. ‘Ze voelde zich niet serieus genomen. Wat in feite dus ook gewoon klopte.’ Toen stelde Linus voor het er niet meer over te hebben. Dat bleek ook niet de juiste manier. ‘Dan was ik close-minded omdat ik het er niet over wilde hebben.’ Er volgde een periode waarin Linus weinig contact had met zijn moeder. ‘Daarna hebben we het weer een beetje opgepakt. Nu probeer ik haar wel aan te horen en als ze iets doorstuurt probeer ik uit te zoeken hoe het zit, het te factchecken, en dat dan weer terug te sturen.’
De situatie die Fenna en Linus schetsen met hun moeders is gemoedelijk te noemen naast die van een anonieme verteller. Ook de tips van Arda lijken te laat te komen. De complottheorieën van deze moeder hebben namelijk de hele familie op zijn kop gezet. ‘Mijn moeder voelt zich totaal onbegrepen door ons. Dat maakt het ook wel echt heel zielig. Zij zegt ook duidelijk: “wat heb ik aan mensen om me heen die mij niet snappen?” Onze denkbeelden liggen zo ver uit elkaar.’ Hoewel haar moeder eenzaam is, wil ze geen contact met de rest van de familie. ‘Omdat we haar toch niet snappen.’ Ze woont op het moment ook niet meer thuis. ‘Zo is de situatie tussen haar en mijn vader inmiddels. (…) Ze verkiest een paar figuren boven ons.’

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar