BNNVARA

3Lab: Het is maar haar Hoe is het om ineens al je haar te verliezen?

Waarom zijn er te weinig vrouwen in topposities?

27 jun 2020
  •  
leestijd 4 minuten
Sigrid Kaag

Sigrid Kaag

Het is 2020 en nog steeds is het een probleem: te weinig vrouwen in topposities. Reden: ze werken vaker parttime en maken minder vaak overuren. Gelukkig geven Sigrid Kaag en Mona Keijzer nu het goede voorbeeld. 
 
Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) presenteerde het rapport ‘Verschillende wegen naar leidinggeven’. Daarin wordt onderzocht hoe de doorstroom verloopt van twee groepen werknemers in de periode 2004 tot 2018. Een groep werknemers staat aan het begin van de loopbaan (18-35 jaar), de andere groep is ervaren (36-65 jaar).

Groot deel leidinggevenden géén vrouw
In beide groepen was 30–40 % van de leidinggevenden vrouw. Of anders gezegd: 60–70 % was geen vrouw. Bij topfuncties was zelfs 70-74 % geen vrouw. We hebben dus nog een lange weg te gaan naar de 50-50 verdeling die het zou moeten zijn.
 
Heel veel werken = leidinggeven
Uit het onderzoek komt naar voren dat er een verband is tussen leidinggevende functies, fulltime werk en overwerk. Werknemers die voltijds werken en veel overuren maken, hebben een grotere kans om door te stromen naar een leidinggevende baan. Het bleek zelfs dat mensen in topfuncties vaak 10 uur of meer per week hebben overgewerkt, voordat ze de topfunctie kregen.

Oplossing
Het SCP geeft twee adviezen voor bedrijven die meer vrouwen in leidinggevende functies willen zien. Allereerst zouden zij vaker het gesprek kunnen aangaan met vrouwen die in deeltijd werken, en hen simpelweg vragen of zij geïnteresseerd zijn om meer uren te gaan werken. Omgekeerd zouden de bedrijven zich af kunnen vragen of leidinggevende functies niet ook parttime ingevuld kunnen worden.

Politiek
Maar het probleem speelt niet alleen in het bedrijfsleven, ook de politiek kan nog altijd een flinke duw in de goede richting krijgen. Goed nieuws dus dat nu twee vrouwen zich hebben aangemeld voor het lijsttrekkerschap van hun partij: Sigrid Kaag voor D66 en Mona Keijzer voor het CDA.

In Frank & Eva: Welkom bij de Club een gesprek met Liza Mügge, hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij schreef met Zahra Runderkamp het essay ‘De tweede sekse in politiek en openbaar bestuur – Verklaringen en oplossingen voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen’. Hierin analyseren zij recent onderzoek uit binnen- en buitenland naar verklaringen voor, én remedies tegen de ondervertegenwoordiging van vrouwen in politiek en bestuur.

Mügge: 'Het gaat altijd weer over “hoe ze dat toch met de kinderen gaat doen”.'

Mügge stelt dat er niet één simpele oplossing is, maar dat een groot aantal mechanismen moeten veranderen. Te beginnen bij de beschikbaarheid van vrouwen in de politiek: ‘We zien dat de instroom laag is, de doorstroom ook laag is, maar de uitstroom hoog. Er blijven simpelweg minder vrouwelijke topkandidaten over.’ Een van de oorzaken: het idee dat we allemaal hebben van politiek leiderschap. ‘Het beeld is dat een politieke leider een witte man is in een blauw pak. Vrouwelijke politici worden minder op de inhoud bevraagd door de media, het gaat altijd weer over “hoe ze dat toch met de kinderen gaat doen”. Ze worden niet met de volledige titel aangesproken, terwijl de mannelijke collega’s wel met de juiste titulatuur en met achternaam worden aangesproken. Er spelen hele subtiele uitsluitingsmechanismen. Vaak onbedoeld, maar wel met een groot effect: de barrières voor vrouwen om door te stomen naar bijvoorbeeld zo’n positie als lijsttrekker, worden hoger.’
Mona Keijzer

Mona Keijzer

Goed nieuws
Dat Kaag en Keijzer nu opstaan en die ambitie uitspreken is natuurlijk goed nieuws, zelfs als ze niet gekozen worden: ‘Ook dan heeft het een ontzettend positief effect. We weten uit onderzoek, vooral uit Amerika, dat als jonge meiden vrouwelijke politici campagne zien voeren en ze echt heel zichtbaar zijn, dat het een positief effect heeft op politieke betrokkenheid. Ze gaan meer over politiek praten en dat motiveert om politiek actief te worden in een vroege fase.’

Goede voorbeeld
Finland en Nieuw- Zeeland hebben een jonge, vrouwelijke premier; dat zijn natuurlijk goede rolmodellen. Maar Mügge wijst erop dat er ook verder in de politieke organisatie, en in het bedrijfsleven, meer vrouwen nodig zijn om daadwerkelijk tot een betere verdeling tussen mannen en vrouwen te komen.

Mügge: ‘Ik geloof niet in vaardigheden die verbonden zijn met je biologische sekse.'

Niet beter
Frank vraagt of vrouwen ook beter zijn in politiek, omdat ‘ze niet op een apenrots zitten’. Mügge denkt van niet: ‘Ik geloof niet in vaardigheden die verbonden zijn met je biologische sekse. Wat je wel ziet is dat in landen waar veel vrouwen in de politiek zitten, er meer investeringen zijn in de welvaartsstaat en de gezondheidszorg. Maar het idee dat een ‘mannelijke’ opstelling nodig is om een goede leider te zijn, dus competitief en hard, is niets meer dan een stereotype. Het werd ook over Kaag gezegd: "Is zij wel hard genoeg?”. Onzin, want ook niet alle mannen zijn keihard.’

Meer over dit onderwerp