
Hoeksteen van de samenleving
© BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film
Zeventig jaar geleden wordt de Wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft. In de documentaire Hoeksteen van de Samenleving onderzoekt Juul Op den Kamp in hoeverre het idee van het gezin als maatschappelijke hoeksteen nog altijd de positie van vrouwen in Nederland bepaalt.
Zeventig jaar geleden wordt de wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft. Tot dat moment worden getrouwde vrouwen juridisch gezien niet als volwaardig persoon worden beschouwd. Ze mogen niet zelfstandig werken, reizen of financiele beslissingen nemen – daarvoor hadden ze letterlijk de handtekening van hun man nodig. De afschaffing van die wet zou voor meer gelijkwaardigheid moeten zorgen. Maar is dat ook zo?
Is dat dan ook gelukt? Op papier is er veel veranderd. Vrouwen zijn vaker hoger opgeleid dan mannen en financieel zelfstandiger dan ooit. Maar zodra er kinderen komen, verandert er iets. De onbetaalde zorgtaken landen nog altijd vaker bij vrouwen.
Zeventig jaar later blijkt de wet dus wel veranderd, maar de rolpatronen nog niet.
Vanaf 1838, is het jawoord van de vrouw tijdens haar huwelijk ook haar laatste vrije handeling. Daarvoor leven vrouwen en mannen in Nederland een relatief gelijkwaardig leven. Maar met de opkomst van meer fabrieken, gaan mannen meer buitenshuis werken. Wanneer vrouwen ook in de fabrieken gaan werken ontstaat er, ondanks dat vrouwen minder verdienen dan mannen, een soort paniek: gaan vrouwen er vandoor met het geld van mannen en worden zij te onafhankelijk?
Daar komt snel verandering in. Met het gebrek aan goede kinderopvang, word er besloten dat het toch een beter idee is om vrouwen tot het huiselijk domein te beperken. De politiek legt daarom het gezin vast als stabiel fundament van de samenleving met de wet handelingsonbekwaamheid. De man is het hoofd van het gezin en de vrouw is, net zoals de kinderen, ondergeschikt aan de man.
Ondanks dat vrouwen tegenwoordig vaker hoger opgeleid zijn dan mannen, stoppen ze na de geboorte van een kind vaker met werken of stappen over op deeltijd. Dat heeft alles te maken met een kinderopvangsysteem dat jarenlang slecht geregeld is, en nog steeds niet optimaal is. Daar komt bij dat vrouwen in Nederland gemiddeld 10,5% minder verdienen dan mannen voor hetzelfde werk. Al vijftig jaar is dat verboden bij wet. Toch gebeurt het gewoon.
En zo ontstaat een vicieuze cirkel. Want als je als vrouw toch al minder verdient, is het financieel gezien logischer om minder te gaan werken. De vrouw werkt deeltijd, de man fulltime, en zo ontstaat recht op kinderopvangtoeslag. Maar zodra de vrouw haar uren uitbreidt, stijgt haar inkomen én daalt de toeslag. Wat ze er extra bij verdient, gaat zo goed als volledig op aan kinderopvang. Ze werkt meer, maar houdt er niks aan over.
En wie profiteert van dit systeem? De mannen aan de top. Zij hebben er geen belang bij om er iets aan te veranderen — want het is hun positie die erdoor beschermd wordt. Een systeem dat zichzelf in stand houdt, zolang degenen met de macht geen reden zien om het te doorbreken.
Thema's:
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA Nieuwsbrief!