
Hoe is het om een miskraam te hebben? En hoe kan je erover praten?
© Unsplash
Jaarlijks krijgen zo'n 25.000 mensen ermee te maken: een miskraam. Waarom praten we er toch zo weinig over?
Ieder jaar krijgen ongeveer 25.000 vrouwen in Nederland een miskraam. Een op de vier vrouwen maakt op een moment in haar leven een miskraam mee. En toch voelen zij zich ten tijde van een miskraam vaak heel eenzaam, vertelt journalist Marjolijn de Cocq in Frank en Eva. De Cocq: ‘Ik heb vier miskramen gehad. Die miskramen hebben mij erg gevormd. Toch praatte ik er zelden over, uit angst voor negatieve en pijnlijke reacties.’
Want wanneer vrouwen het taboe rond miskramen wél doorbreken, volgen er veelal goedbedoelde reacties als 'gelukkig heb je al een kind' en 'je weet tenminste dat het kan'. ‘En die kunnen weleens pijnlijk vallen’, vertelt De Cocq. Volgens haar komt het door de vergelijkingen die worden getrokken met ander geboorteleed: ‘Denk aan een doodgeboren kind dat je in je armen houdt. Dat is anders dan een miskraam in een vroeg stadium.’
Wanneer je hoort dat je zwanger bent, denk je logischerwijs na over hoe je leven er met dit kindje uit zal zien; hoe het eruit zal zien. En dan opeens, is het er niet meer. Over dat verborgen verdriet wordt niet veel gesproken, wat de indruk kan wekken dat niet veel mensen dit verdriet meemaken. ‘Als je je been breekt zijn de fruitmanden niet aan te slepen. Waarom moet je dit leed, dat zoveel mensen aangaat, in zo'n kleine kring dragen?’, vraagt presentator Eva Koreman zich hardop af.
Het taboe komt door de manier waarop we ernaar kijken, legt De Cocq uit: ‘Wanneer iemand in een vroeg stadium van een zwangerschap een kindje verliest, denken mensen vaak: het is de natuur, dat die vrouw zich er gewoon doorheen moet slaan en moet hopen dat ze gezonde kinderen kan krijgen.’ Daarnaast heeft het ook met schaamte en eigenwaarde te maken. 'Er zit een stukje schaamte omdat jouw lichaam niet voldoet aan het "vrouw zijn". Het typische beeld dat we hebben van een vrouw zijn – ik kan een kind in mij laten groeien en baren – is "mislukt"; het zit al in de naam', vertelt journalist Fidessa van Rietschoten in Vroeg. Daarnaast heeft het ook te maken met hoe we nog altijd tegen ongesteldheid aankijken. 'Miskraam is bloederig – er komt iets uit wat eigenlijk niet hoort. Dus dat vinden mensen ook ongemakkelijk.' Ook is een kinderwens vaak iets wat stellen geheim houden. 'Het is heel intiem. Een soort geheim wat je hebt met je partner.' Op het moment dat je dan een miskraam krijgt, is het de vraag of je dat geheim met de buitenwereld wil delen, of dat je het voor jezelf houdt.
'We moeten ons meer bewust worden van het feit dat er ook mensen zijn die hun baby niet mee naar huis kunnen nemen – zoals we dat gewoon zijn om te zien eigenlijk. En daar moeten we meer over praten, want daarover praten helpt in de erkenning van de emoties', legt rouwcoach Renee Out uit.
In de wet is niets opgenomen over rouwverlof. Vaak staat er in een cao of arbeidsovereenkomst wel iets over rouwverlof; vaak gaat dat om vijf dagen.
Wanneer je een miskraam krijgt na 24 weken zwangerschap, dan heeft een vrouw wettelijk recht op (zwangerschaps)verlof. 'Dat voelt natuurlijk wel een beetje krom. Want als je dan 23 weken bent, is je verdriet dan minder groot? Dat denk ik zeker niet', vertelt Out. Hier valt ook de groep vrouwen onder die de zwangerschap afbreken middels een abortus. 'En die ervaren ook verdriet. Ook al denken we misschien: ze kiezen er zelf voor. Maar zij zijn soms ook gewoon verdrietig, want zij missen ook iets.'
Vrouwen die een kind verliezen voor die grens van 24 weken krijgen hier dus geen verlof voor. 'Daarvoor was het niet levensvatbaar, of was het niet meer te redden. En dus wordt er eigenlijk inderdaad bepaald hoe verdrietig je mag zijn', vertelt Van Rietschoten.
Hoewel het lastig kan zijn om erover te praten, moeten we het toch doen, legt De Cocq uit: ‘Het is belangrijk dat je ernaar blijft vragen.’ Ook in een later stadium - enkele maanden, een jaar of zelfs twee jaar later - zou je ernaar moeten vragen. Volgens haar kun je het beste vragen hoe de persoon in kwestie zich nu, in een later stadium, voelt. De Cocq: ‘Mensen denken heel vaak dat als je het er niet meer over hebt, je het vergeten bent. Maar mensen zijn vaak blij dat ze erover mogen vertellen. Ik ben nu, na vijftien jaar, blij dat ik er nog steeds over kan vertellen, want het blijft een emotionele gebeurtenis.'
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!