NPO
Sfeerfoto van BNNVARA

BNNVARA

Wij zijn voor

Een eerlijk en gelijkwaardig Nederland. Wij zijn voor. Jij ook? Samen zetten we dingen in beweging. Sluit je aan bij BNNVARA.

Waarom loopt de gemeente nog steeds vast op het huisvesten van statushouders?

21 nov 2020
  •  
leestijd 4 minuten
ewien-van-bergeijk-kwant-6MUJnT1gGQM-unsplash
Een groot aantal asielzoekers zal de komende tijd een verblijfsvergunning krijgen, wat betekent dat ze een woning toegewezen moeten krijgen. Een hele opgave voor gemeentes.

Naar schatting zullen er volgend jaar zo’n zevenentwintigduizend statushouders bij komen. Dat zijn mensen met een verblijfsvergunning. Bij een verblijfsvergunning hoort ook een verblijfplaats, anders dan het asielzoekerscentrum waar ze daarvoor zaten. De gemeente moet voor die woningen zorgen, maar dat blijkt een flinke opgave. Er is namelijk nu al een enorm tekort aan woningen.

Deze statushouders maken namelijk aanspraak op een sociale huurwoning, maar zij zijn niet de enigen. Tal van Nederlanders staan ook op de wachtlijst voor zo’n woning, een wachtlijst met een wachttijd die in de gemeente Utrecht is opgelopen tot tien jaar (!) voor reguliere woningzoekers. Statushouders en andere urgente woningzoekers maken via een regeling versneld kans op een woning. Deze regeling is er omdat er anders op een andere plek een enorm probleem ontstaat. Bijvoorbeeld in de asielzoekerscentra. ‘Dat gaat niet over welke doelgroep je belangrijker vindt, maar over welke groep urgenter is en geen dag langer op een woning kan wachten’, legt Maarten van Ooijen, wethouder in de gemeente Utrecht uit in De Nieuws BV.
Taakstelling
En nu is er dus nood ontstaan, want volgend jaar moeten er íneens een heleboel statushouders een huis toegewezen krijgen. Maar had die acute en hoge nood niet voorkomen kunnen worden, vraag Patrick Lodiers zich af. ‘Had u dit niet kunnen zien aankomen?’, vraagt hij Van Ooijen. Dat is lastig, volgens de wethouder. Hij is afhankelijk van de taakstelling van het rijk. Deze wordt per jaar gegeven. In die taakstelling wordt duidelijk hoe veel statushouders iedere gemeente moet opnemen. ‘Daar wachten wij dus op, om te kijken of we dat kunnen leveren’, aldus Van Ooijen. Liever zou hij een meerjarenplan van het rijk ontvangen waarin te zien is welke trend deze volgt, zodat hij voortijdig kan anticiperen op de aantallen. Maar dat lijkt niet rond te komen. ‘Er is een enorme onvoorspelbaarheid ontstaan.’

Voorspelbaarheid
Een begrijpelijke reactie van gemeentes, volgens Sander Schaap van VluchtelingenWerk. Het belangrijkste voor alle partijen is, volgens Schaap, voorspelbaarheid in het asielbeleid. Hij doelt hiermee op duidelijkheid voor mensen die hier komen: dat ze snel weten of ze mogen blijven of niet, snel teruggaan als dat niet zo is, en snel naar een woning kunnen als ze hier een plek krijgen in onze samenleving. En die voorspelbaarheid is natuurlijk ook belangrijk voor gemeentes, zodat ze vooraf een schatting kunnen maken van het aantal statushouders dat ze de komende jaren zullen opnemen. Die voorspelbaarheid is nu zoek. ‘In de chaos die het asielsysteem nu verworden is, is die voorspelbaarheid totaal kwijt’, aldus Schaap.

Draagvlak
En dat is niet het enige probleem. Tegelijkertijd neemt namelijk in onze samenleving ook het draagvlak voor huisvesting van statushouders af. Er zijn meer groepen die op deze sociale huurwoningen zitten te wachten. Daarom pleiten collega-wethouders ervoor de statushouders de urgente status te ontnemen. Een slecht idee volgens Schaap, omdat het juist voor deze mensen heel belangrijk is binnen korte termijn naar een eigen woning te kunnen. Schaap: ‘Ze hebben vaak al twee of drie jaar in een asielzoekerscentrum gezeten. (…) Dat is een put van ellende. Ze zijn oorlog ontvlucht, of zijn op een andere manier gevaar ontvlucht in het land van herkomst, hebben een gevaarlijke reis gehad en vaak nog in een kamp in Griekenland gezeten; dan komen ze hier aan en dan is het enige wat ze kunnen doen wachten.’ Daarbij zitten de AZC’s als gevolg van die lange wachttijden al enorm vol.  
 
En nu?
Maar aan de discussie wie voorrang heeft op wie en het draagvlak voor huisvesting wil Van Ooijen niet te veel woorden vuil maken. ‘Als je het alleen maar over de verdeling hebt, dan kun je met elkaar heel lang gaan praten over wie er wanneer welke voorrangsregeling krijgt. Daar moet het niet over gaan. Het moet gaan over: hoe krijgen we dit voor elkaar? En dat kan alleen maar als gemeente en rijk nu zij aan zij partner zijn.’

Dus: wat moet er gebeuren? Schaap pleit voor het vergroten van het draagvlak door duidelijke uitleg omtrent de urgentie om deze groep zo snel mogelijk te huisvesten. Maar, merkt Patrick Lodiers op, ‘in draagvlak kan je niet wonen’. Daar is ook Schaap het mee eens. Daarom moeten er creatieve oplossingen komen. ‘Oude kantoorgebouwen die werden omgebouwd, waar je zowel statushouders als andere urgente groepen samen kan laten wonen’, aldus Schaap. Want: een ander belangrijk punt is voorkomen dat deze mensen worden afgesloten van de maatschappij door ze bijvoorbeeld in een pand te huisvesten met enkel andere statushouders. ‘Dat is niet goed voor hen en niet goed voor de samenleving.’

Om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen is het volgens Van Ooijen van groot belang dat er meer voorspelbaarheid komt, door middel van een meerjarenplan vanuit het rijk naar de gemeentes. Dan kunnen ze voortijdig anticiperen op de toestroom.