
Beeld ter illustratie. Jongen op de foto is niet Terry Akins.
© Pexels
Van de ene op de andere dag je vader verliezen omdat hij voor acht jaar de gevangenis in gaat. Het overkwam Terry Akins (32) op negenjarige leeftijd. Hoe ging hij hier als kind mee om?
‘De misdaad die hij heeft uitgevoerd, die keur ik niet goed. Maar tegelijkertijd is het ook gewoon mijn vader die mij liefdevol heeft opgevoed’, vertelt Terry. Waarvoor zijn vader vast heeft gezeten, vertelt hij liever niet. ‘Inmiddels is mijn vader al aan aantal jaren vrij, en ik wil ook dat hij zijn leven weer verder kan oppakken.’
‘Het beeld van wie mijn vader is, is eigenlijk nooit veranderd. Maar in het moment zelf, krijg je wel te maken met teleurstelling. Waarom juist hij? Juist iemand waar ik altijd van op aan kon’, zegt Terry.
Als kind wist hij niet wat een gevangenis precies inhield of wat hem – als bezoeker – en zijn vader daar te wachten stond. ‘Waar komt hij terecht? Op wat voor plek? Je komt als kind ineens in een situatie waar je niet om hebt gevraagd.’
‘Als kind had ik fantasiebeelden over hoe een gevangenis of cel eruit zou zien. Grijze, kale muren, water op de grond en droog brood om te eten. Of iemand die achter een deur vandaan komt en met je op de vuist gaat. Dat waren de angstbeelden die ik had.’
Zijn moeder nam een deel van die angsten weg. Voor bezoekmomenten zei ze dan: ‘Kleed je netjes aan, haren netjes en veters gestrikt. Want daar komen mensen op bezoek bij hun geliefde, bij een vader, een oom…’
Later werd hij door Stichting Exodus Nederland, een organisatie die (ex-)gedetineerden en hun familieleden opvangt en helpt, begeleid naar een kindvriendelijke omgeving om zijn vader te ontmoeten. ‘Dan kom je in een gymzaal terecht met zakjes chips, snoep en tijd om een spelletje te spelen. De gedetineerde ouder gaat daarna weer terug de cel in. Maar het gaat om het moment dat een kind de mogelijkheid heeft om even kind te zijn.’
‘Ik liep rond met een gevoel van schaamte, omdat ik dacht: wat nou als andere mensen erachter komen dat mijn vader in de gevangenis zit. Ben ik dan wel welkom bij vriendjes of vriendinnetjes?’
Pas na de vrijlating van zijn vader, en een documentaire over hemzelf, merkte hij dat geheimhouding niet nodig was geweest. ‘Sommige hele goede vrienden zeiden tegen mij: “Had dit maar verteld, want dan konden we je helpen.” En andere vrienden zeiden: “Wij wisten dit al, maar we hielden het samen met jou geheim, omdat we jou geen pijn wilden doen.”’
Toch hoort hij ook andere verhalen: ‘Tot op de dag van vandaag hoor ik verhalen van kinderen die uitgesloten worden door leraren of door mensen in hun omgeving.’
‘Mijn doel is om op te komen voor kinderen van gedetineerde ouders. Ik wil ervoor zorgen dat ouders ook in de gevangenis een goede ouder kunnen blijven en dat gezinnen weer bij elkaar komen of bij elkaar blijven.’ Vanuit die overtuiging zet Terry zich in als landelijk ambassadeur van Stichting Exodus Nederland.
Terry spreekt inmiddels honderden ouders in de gevangenis. Aan hen geeft hij één belangrijk advies mee: ‘Wees altijd eerlijk tegen je kinderen. Je hebt liever dat ze het van jou horen, dan van een ander.’
Daarnaast vindt hij het belangrijk om de misdaad en het ouderschap van elkaar te scheiden. Ook in zijn eigen leven speelde dat een belangrijke rol: ‘Het is heel bijzonder dat wij nooit uit elkaar zijn gegaan. Uit onderzoek blijkt bovendien dat aandacht voor de ouder-kindrelatie kan bijdragen aan een succesvolle re-integratie en de kans op recidive kan verkleinen.’
Het begint, volgens Terry, bij bewustwording: ‘Een kind mag niet worden aangekeken op de veroordeling van zijn vader of moeder. Het is tenslotte nog maar een kind.’ Ouders, vrijwilligers, familieleden en docenten moeten beseffen dat een kind niet verantwoordelijk is voor wat zijn of haar ouder heeft gedaan.
‘Ik denk dat er nog dingen zijn die we anders moeten doen’, vertelt Terry. ‘Als er een politie-inval is, dan moeten politieagenten zich houden aan een protocol hoe ze met kinderen om moeten gaan. Tot op de dag van vandaag zie ik dat nog niet altijd toegepast worden. Dat zijn dingen waar ik me nog steeds kwaad om maak.’
Best gek, want volgens hem is er genoeg ontwikkeld: ‘Er zijn voorzieningen, materialen, trainingen, opleidingen, maar het komt niet altijd op de juiste plek terecht. Dus mensen moeten dit gaan oppakken.’
Thema's: