Wij zijn voor een open, rechtvaardig en gelijkwaardig Nederland.

Roos Moggré: 'Het enige waar ik voor pleit is gelijkwaardigheid. En dat doe ik ook nog liefdevol en met humor.'

Vandaag
leestijd 7 minuten
286 keer bekeken
QE2A9915roos

Roos Moggré

© Hilde Harshagen

De presentator, columnist en schrijver Roos Moggré maakt zich niet meer zo druk om kritiek en belandt thuis soms ook in een soort talkshow.

Hoe sterk sta jij in je schoenen op je bijna 45ste?

Best sterk. Ik vind het lekker om ouder te worden. Ik vind het ook fijn om dingen te doen die buiten mijn comfortzone liggen en te kijken waar het eindigt. Ik ben veel minder onzeker dan vroeger en ik zit er ook niet meer mee als mensen me niet per se aardig vinden. Vorig jaar heb ik bijvoorbeeld Wie is de Mol? gewonnen, dat zou me tien jaar geleden nooit zijn gelukt. Op mijn 35ste zou ik veel meer bezig zijn geweest met mijn rol in de groep en alle sociale dwarsverbanden, maar nu dacht ik: ik ga winnen en laat me niet afleiden door bondjes en theeclubjes. Zonder in te boeten op plezier hè, want het was ook hartstikke gezellig. Maar dus wel met iets meer ‘fuck you’.

Is 45 vroeg, laat of precies goed om zelfverzekerd te zijn?

Geen idee, het is meer een natuurlijk punt. Wat me heeft geholpen, is mijn column in LINDA. Daar kan ik schrijven wat ik voel en vind, waardoor ik een stem heb gekregen. Welk onderwerp ik ook bespreek, ik merk dat ik niet gek of de enige ben. Voor mijn eerste boek, Altijd blijven scheren , interviewde ik bekende mannen over psychische problemen – maar het ging ook over mijn eigen burn-out. Dat me dat was overkomen, vond ik heel lang moeilijk om over te praten. Ik was bang dat mensen me zwak of incapabel zouden vinden en dat ik nooit meer aan de bak zou komen. Maar zo ging het niet. Kijk, als je jonger bent, probeer je alles heel goed te doen. Terwijl: het leven is gewoon rommelig en soms ga je op je bek. Na een paar keer vallen krijg je door dat je daarna weer opstaat. Dat geeft zekerheid. En qua werk heeft het me geholpen dat ik mijn carrière langzaam heb opgebouwd. Ik ben niet bám, neergezet bij een talkshow. Ik begon in de regionale journalistiek, toen het Jeugdjournaal , daarna WNL. Ik heb inmiddels 25 jaar ervaring en alle functies wel bekleed, dus op een redactie weet ik precies wie wat doet. Ook dat is lekker.

Talkshows liggen al een paar jaar onder vuur. Het is te links en te rechts, te licht en te zwaar, te saai en te ingewikkeld, geef toch niet iedereen een podium en hallo, geef iederéén eens een podium. Ehm… was zo druk met een mooie opsomming maken, dat ik er verder geen vraag bij had bedacht. O ja: is het eigenlijk nog léúk om een talkshow – dé talkshow – te presenteren, of meer een eer c.q. uitdaging?

Ik vind het zeker leuk, maar ook spannend, veel en zwaar – het is alles tegelijk. Als een uitzending goed gaat dan ben ik daarna helemaal jeeeeej, weet je wel. Een beter gevoel bestaat niet. Ik heb EenVandaag ook jaren met veel plezier gedaan, maar daar kon ik minder. Ik wilde weer voelen dat ik leef.

QE2A0251

Roos Moggré

© Hilde Harshagen

Zie je op tegen de kritiek die komen gaat?

Ik ben niet van ­teflon, maar het helpt echt dat ik dit werk al zo lang doe. Ik ben in de loop der jaren van alles genoemd, zoals ‘vetplant’, maar daar moet ik vooral om lachen. Iemand die vindt dat ik te zwaar ben en vervolgens helemaal de moeite doet om daarvoor in de pen te klimmen? Wauw, gaat het, joh? Of ik ben ‘dat wijf’ of ‘dat meisje’. Ik ga enorm mijn best doen en verder zoeken ze het maar uit.

Dat meen je, zie ik.

Ja, joh. Sonja Barend is in haar eerste jaren kapot geschreven door De Telegraaf . Eva Jineks foto stond op de cover van de Nieuwe Revu met als kop: ‘Ze kan gewoon geen fuck’. Oftewel: je hoeft niet al het commentaar serieus te nemen. Rustig vooruit blijven lopen en een beetje schijt hebben. Ik kies een paar mensen die ik hoog heb zitten en daar luister ik naar.

Om terug te komen op een van de kritiekpunten: moet iedereen inderdaad kunnen aanschuiven, ook als ze onzin verkondigen, feiten verdraaien of hun ‘onderbuikgevoel’ komen uitdragen?

Dat is een lastige, hè? Maar het is onze journalistieke taak om te bespreken wat er speelt in de maatschappij. Ik denk dat we dat bij onze talkshow goed aanpakken. We zorgen ervoor dat we een representatieve tafel hebben, maar zeker ook met mensen die de kennis en feiten paraat hebben en kunnen duiden wat er gaande is. Aan mij – en de redactie – is het de taak om ons goed voor te bereiden, onderzoek te doen en te weten wat er gaat komen. Daarom nemen we voor de uitzending een paar keer alles heel goed met elkaar door.

En zittend. Nadat bekend was geworden dat je ging stoppen bij EenVandaag, zei je ergens dat je blij was geen ‘loopje’ meer te hoeven doen in de studio. Daar moest ik om lachen.

Ja! Halleluja! We hebben bij de NOS ook een dag allemaal looples gehad van een acteur, een van de Römers. Verschrikkelijk, presenteren en lopen is géén natuurlijke combinatie. Kunnen we niet gewoon blijven zitten, vroeg ik dan. Dus dit is een verademing, want nu hoef ik niet meer na te denken over de onderste helft van mijn lichaam.

Hoe werkt zo’n loopje dan: ga van kruisje X naar kruisje Y?

Ja, en dan hoor je soms in je oortje: ‘Iets meer naar links want nu sta je uit het licht!’ Net een sketch, helemaal als je ook nog op hakken moet lopen. Ik duim bij anderen altijd dat het goed gaat. Malou Petter kan het trouwens wel perfect, let daar maar eens op.

‘Ik ben geen journalist geworden om mijn mond te houden,’ zei je eens in een interview. Toch zullen er wel wat restricties zijn omdat je voor ­nieuwsprogramma’s in ieder geval politiek neutraal moet zijn. Hoeveel ruimte heb je voor jouw eigen stokpaardjes?

Toen ik voor de NOS werkte was die ruimte krapper, daar moet het om het nieuws gaan, niet om de presentator. Maar bij EenVandaag werd meteen gezegd: je bent een mens, dus schrijf die columns, maak dat boek, gewoon doen. Datzelfde geldt nu bij BNNVARA. Ik ben bezig met een nieuw boek over vrouwenemancipatie en dat vinden ze helemaal goed.

Met als titel Kijk zelf niet zo boos. Veel vrouwen zullen die uitspraak herkennen.

(Grijnzend) Ja. Maar helaas is-ie nog steeds actueel. Mijn opa, die dominee was, schreef ooit het boek Adam eerst . Daarin gaf hij aan waarom het niet wenselijk was dat vrouwen zijn ambt zouden bekleden. Hij zag dat oprecht als een bedreiging van de maatschappij. De rolverdeling binnen de gereformeerde kerk was heel duidelijk: vrouwen mochten geen ouderling of dominee worden, maar wel in de crèchecommissie plaatsnemen of koffie schenken. Pas in 1965 werden vrouwen in Nederland handelsbekwaam. Dat betekende dat mijn oma geen fiets mocht kopen zonder handtekening van haar man. Mijn moeder was verpleegkundige, maar moest stoppen met haar werk als leidinggevende in een ziekenhuis toen ze trouwde; de directie vond dat die functie niet paste bij een gehuwde vrouw. Toen ik ging werken, dacht ik: gelukkig, nu wordt alles beter. Maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Tot nu toe zijn al mijn hoofdredacteuren mannen geweest. Ik heb dus nog nooit een functioneringsgesprek gehad met een vrouw. Ik – en vele vrouwelijke collega’s met mij -– hebben te maken gehad met zwangerschapsdiscriminatie. En nu klopt de manosphere weer op de deur. Als volwassene heb ik helaas nooit met mijn opa over zijn denkbeelden kunnen sparren. Maar ik vind het wel leuk om nu, twee generaties verder, een antwoord te schrijven.

In je eerste boek gaf je het woord juist aan de mannen, omdat je vindt dat ook zij ­moeten emanciperen.

Zeker, de man moet bevrijd worden van het idee dat ze vooral geld moeten verdienen en niet mogen praten over hun problemen. Mannen plegen twee keer zo vaak zelfmoord als vrouwen, hè, dat is niet voor niks. Aan de andere kant: veertig procent van de vrouwen krijgt nog altijd te maken met zwangerschapsdiscriminatie en daar zit geen verbetering in. Beide kanten vind ik eindeloos fascinerend. Maar mannen hebben misschien meer handvatten nodig om te zien wat de weg voorwaarts is.

QE2A0177

Roos Moggré

© Hilde Harshagen

Zelf sta ik er harder in, zo van: stop eens met dat gekerm en dóé wat. Bij jou proef ik – en dat is uiteraard constructiever – meer vriendelijke bereidwilligheid ze de juiste kant op te wijzen.

Ja, zo voel ik dat, want ik vind mannen vooral ook heel leuk. Maar mensen in conservatievere kringen vinden me toch al best star en extreem. Bizar, want het enige waar ik voor pleit is gelijkwaardigheid. En dat doe ik ook nog liefdevol en met humor.

Jouw quote ‘Adem in door je neus, adem uit door je vagina’: hoort dat daar ook bij?

(Schaterend) Die heb ik geleend van mijn zus! Ze fluisterde me in onze tienertijd dat zinnetje altijd toe als er iets spannends was, of als we ergens geen zin in hadden. Laatst hadden we het er nog over, maar we hebben geen idee meer hoe ze daar ooit op is gekomen. Het zorgt in ieder geval nog steeds voor een lach. Ik wilde ’m graag als titel voor mijn nieuwe boek, maar mijn uitgever vond er net iets te veel van.

Het is wel een flinke stap voorwaarts voor iemand die zich vroeger voor veel dingen schaamde. Als kind keek ik vaak anders naar dingen dan anderen. Daar sprak ik moeilijk over. Ik ben opgegroeid binnen de gereformeerde kerk en dat betekent dat je van jongs af aan al meekrijgt dat je in zonde leeft. Een heel ingewikkeld gegeven, want daarmee zeg je dus eigenlijk dat je het als mens nooit goed kunt doen. Dat roept schaamte op. Daarnaast vond ik het lastig om mijn grenzen aan te geven. Zo heb ik in het verleden een aantal relaties veel te laat uitgemaakt omdat ik het anders zielig vond. Idioot natuurlijk, maar ik was erg bezig met hoe anderen zich voelden. Die burn-out heeft me wat dat betreft een zet gegeven. Ik moest die grenzen gaan stellen. Daar ben ik vervolgens misschien een beetje in doorgeschoten, maar lekker is het wel.

En de kerk?

Ik heb me rond mijn twintigste laten uitschrijven. Het hoort niet bij mij.

Leven je ouders nog?

Ja.

Wat vinden ze ervan dat je zo open bent?

Dat vinden ze wel tof, vooral mijn moeder. Dat geëmancipeerde heb ik van haar. Ze moest dan wel stoppen met werken en had vier kinderen om groot te brengen, maar thuis was ze gelijkwaardig aan mijn vader en ze had lak aan regels.

Jouw man Donatello heeft ook een journalistieke achtergrond en is een expert in debatteren. Discussiëren jullie veel?

Best wel, en stevig ook. We kunnen het ontzettend met elkaar oneens zijn, zowel op politiek als maatschappelijk vlak. Ook over wijn, trouwens. Mijn favoriete wijn vindt hij niks en waar hij mee aankomt vind ik te zuur. Hij meent dat ik dus geen smaak heb. Laatst hebben we zelfs ChatGPT erbij gepakt. Wat blijkt? Dat ligt aan je smaakpapillen. Die verschillen per persoon en dus proef je andere dingen. Nou ja, daar besteden wij dan tijd aan.

Roep je weleens dat hij zit te mansplainen?

Ja, maar die term is bij ons thuis nu gevetood. Ik mag ook niet meer weglopen of als daad van verzet in de auto gaan zitten, hahaha. Nee joh, weet je wat het is: na al die eerdere toegeeflijkheid van mij is het leuk om de ander te proberen begrijpen – en soms overtuigen. We nemen in ieder geval de moeite om elkaars standpunten te begrijpen. Soms vermoeiend, maar ook leerzaam. Eigenlijk een soort talkshow dus.

Meer over dit onderwerp?

Dit artikel verscheen eerder in de VARAgids. Als eerste lezen? Word abonnee.

Delen:

Reacties (0)

BNNVARA nieuwsbrief

Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA Nieuwsbrief!

BNNVARA wij zijn voor