
© Echo's van Sobibor
Het trauma van vernietigingskamp Sobibor werkt door op de jongere generaties. Hoe gaan nakomelingen om met het leed van hun ouders?
De VARAgids sprak met drie nabestaande uit de documentaireserie Echo’s van Sobibor.
'Ik weet zeker dat ze van alles hebben meegemaakt waar ze nooit over heeft verteld,’ zegt Miriam Kahanov (73) over haar moeder. ‘De waarheid is dat ik er nooit naar heb gevraagd. Ik toonde geen speciale belangstelling.’ Terwijl ze bij de gootsteen met de vaat in de weer is, bekent ze boos te zijn. ‘Ik dacht bij mezelf: dit is vast te moeilijk, dus ik zal haar niet lastigvallen. Maar nu heb ik er vreselijk spijt van, want er is zo veel dat we niet weten.’ In een volgend shot zit ze op de bank en huilt. Over haar beide ouders: ‘Ik snap niet hoe ze het hebben overleefd, hoe ze het konden verdragen, en hoe het ze is gelukt Israël te bereiken om een modelgezin te beginnen.’
Kahanovs moeder was Hella Weiss (1924–1988). De Joods-Poolse Weiss overleefde de gruwelen van vernietigingskamp Sobibor in Polen en trok na de Tweede Wereldoorlog naar Israël. Haar verhaal, en dat van andere overlevenden, wordt verteld in de nieuwe, driedelige documentaireserie Echo’s van Sobibor. En, niet onbelangrijk: dat van hun nakomelingen. Zo hebben we, kort voor de tranen van Kahanov, gezien dat in Gedera in Israël een herdenking plaatsvindt voor Weiss. Op een begraafplaats leggen zo’n 25 familieleden van verschillende generaties steentjes op haar graf. Eén steentje is afkomstig uit Sobibor. Weiss was achttien toen ze door de nazi’s naar het kamp werd gebracht. Haar ouders en twee broers vonden er de dood, zij ontkwam tijdens de fameuze opstand. Net voor de scène op de begraafplaats heeft de kijker haar gezien: een vrouw van in de zestig die verslag doet van de vlucht van de gevangenen. Hoe ze renden, door de bossen en de velden, hoe ze leefden van wat ze konden vinden, hoe ze zich aansloot bij partizanen en bij het Rode Leger van de Sovjetunie. Een boel om over te vertellen – maar dat deed ze dus niet.
Dat pijn zich een weg baant naar jongere generaties: dat is het overkoepelende thema van Echo’s van Sobibor. Daarnaast vertellen filmmakers Piet de Blaauw en Jan Pieter Tuinstra de geschiedenis van het kamp, dat bijna werd vergeten. Om verder lezen makkelijk te maken, moeten we dat hier ook even doen. Sobibor maakte deel uit van de Endlösung , het plan om alle Joden systematisch te vermoorden. De nazi’s bouwden het vernietigingskamp op een afgelegen plek in een dunbevolkt moerasgebied, aan de grens met de Sovjetunie. De eerste transporten arriveerden in het voorjaar van 1942. De gevangenen kwamen uit half Europa – vanuit Westerbork 34.000 mannen, vrouwen en kinderen. De meesten stierven nog dezelfde dag. Aan die massamoord kwam een eind toen een groep gevangenen op 14 oktober 1943 rebelleerde. Zo’n 350 Joden wisten het kamp te ontvluchten. Als gevolg braken de nazi’s Sobibor af, legden er asfalt overheen en plantten er bomen op. In slechts anderhalf jaar werden in Sobibor 170.000 Joden vermoord. Ongeveer 50 van hen overleefden de Tweede Wereldoorlog.
Lang leek Sobibor vergeten. Dat veranderde in de jaren 80, onder anderen dankzij de Nederlandse overlevende Jules Schelvis (1921–2016), die er na zijn pensionering over begon te schrijven. Toen hij medeaanklager was in het proces dat in de Duitse stad Hagen werd gevoerd tegen Karl Frenzel, de tweede man van het kamp, besloot Schelvis bovendien twaalf getuigen te interviewen voor zijn videocamera. Hun vaak schokkende verslagen, zoals dat van Weiss, vormen de ruggengraat van Echo’s van Sobibor .
Eind november vond in het Holocaustmuseum in Amsterdam een vertoning plaats van de documentaireserie, bijgewoond door enkele nabestaanden van Sobibor-overlevenden. Ze kwamen overal vandaan, opgegroeid in het land waar hun ouders na de Tweede Wereldoorlog een nieuw bestaan hadden opgebouwd. Miriam Kahanov uit Israël, Rena Blatt Smith uit de VS, Jetje Manheim uit Amsterdam. Een vierde genodigde, Vadym Vajspapir uit Oekraïne, moest op het laatste moment afzeggen: zijn bedrijf was getroffen door Russische bombardementen. Niet kunnen terugblikken op een oorlog vanwege een andere oorlog – de bittere ironie van het lot. DeVARAgids maakte met de drie vrouwen een afspraak om op een later moment verder te praten. Hoe werkt het intergenerationele trauma van Sobibor door in hun levens?
Jetje Manheim (78) ontvangt in haar appartement in Amsterdam. Ze omschrijft de bijeenkomst als ‘een heel mooi weekend,’ dat haar ‘enorm goed’ heeft gedaan. ‘Ik voelde een grote verbondenheid met de anderen.’ Tijdens het koffiezetten vertelt ze dat ze Blatt Smith twee jaar geleden al eens heeft ontmoet, bij de opening van het nieuwe herinneringscentrum in Sobibor. Manheim is elf jaar voorzitter geweest van de door Jules Schelvis opgerichte Stichting Sobibor, die zich ten doelt stelt de gedachte aan het kamp en zijn gevangenen levend te houden. Een opmerkelijke functie, als je bedenkt dat ze gedurende haar jeugd het woord Sobibor niet eens kende. Manheims vader had in de oorlog ondergedoken gezeten in Lemelerveld, maar vrijwel al zijn familieleden waren vermoord in Sobibor, onder wie zijn ouders. Manheim kwam er pas na zijn dood achter dat hij Salomon heette – hij noemde zich Robert. ‘Er was een ongeschreven code die bepaalde dat we dat onderwerp niet aanroerden.’ Op zeker moment verliet haar vader het gezin, waardoor er lang helemaal niet meer werd gepraat.
Totdat ze, de vijftig al gepasseerd, met een vriendin een reis naar Praag maakte. Ze bezochten voormalig concentratiekamp Theresienstadt. ‘Ik liep daar en zag hoe die plek nog altijd een gruwelijkheid uitstraalde. Ik dacht: waarom weet ik eigenlijk niks van mijn familie? Misschien hebben zij hier ook wel gezeten. Toen heb ik het aan mijn vader gevraagd.’ Na een gesprek waarin het woord Sobibor viel – waar haar vader niets over wist te vertellen – toog ze naar de bibliotheek. Ze stuitte er op Vernietigingskamp Sobibor (1993), het wetenschappelijke standaardwerk van Schelvis. Achterin stonden de transportlijsten van de negentien treinen die in 1943 vanuit Westerbork vertrokken. ‘Daarop vond ik allerlei namen van familieleden, van mijn grootouders. Ik dacht: het kan toch niet waar zijn dat ik mijn hele leven geleefd heb zonder dat zij deel hebben uitgemaakt van mijn gedachten?’ Ze begon zich te verdiepen, maakte een reis naar Auschwitz en Sobibor, ontmoette Schelvis, werd actief in zijn stichting en schreef een boek over haar familie. Aan het einde van Echo’s van Sobibor vertelt Manheim wat het haar heeft opgeleverd om de levens van alle broers en zussen van haar grootouders door te spitten. ‘Ze horen nu bij mij, want ik ken ze. Dus ik denk dat ik ermee kan leven. Het heeft lang geduurd, tot ik in de zeventig was, maar ik kan het nu wel zeggen.’
In tegenstelling tot Manheim groeide Rena Blatt Smith (62) nadrukkelijk op met Sobibor. De Amerikaanse is de dochter van Thomas Blatt (1927–2015), die op zijn zestiende in het kamp aankwam. Hij werd er op het perron uitgepikt en deed als Arbeitsjude allerhande klusjes, zoals het poetsen van de schoenen van kampbewaker Frenzel en het afknippen van de haren van naakte, vrouwelijke gevangenen voordat zij naar de gaskamers werden gestuurd. Na de oorlog woonde Blatt in Polen en Israël, waarna hij in 1958 naar de VS emigreerde. De kijker leert hem kennen als iemand die het verleden niet losliet. Blatt reisde regelmatig naar Sobibor, verzamelde feiten, hield lezingen over de oorlog en voerde tijdens het proces in Hagen een lang gesprek met Frenzel, waarbij opvalt dat hij op informatie uit was, en niet op wraak.
‘Beslist,’ antwoordt Blatt Smith op de vraag of haar jeugd overschaduwd werd door de Tweede Wereldoorlog. Ze zit in haar werkkamer in Santa Barbara, buiten schijnt de Californische zon. ‘Mijn vader had één interesse, en dat was Holocaust-onderwijs en ervoor zorgen dat Sobibor niet vergeten werd. Daar heeft hij zijn leven aan gewijd. Hij ging elk jaar terug.’ Op een van de eerste reizen lag het terrein nog bezaaid met menselijke resten. Blatt raapte een vlecht op en nam haar mee naar huis – zijn dochter noemt het voorwerp haar ‘vroegste herinnering.’ De vlecht werd bewaard in de gangkast. Wanneer er een Californische bosbrand dreigde, moest het gezin-Blatt de haarstreng in zekerheid brengen.
Het is een anekdote die schrijnt. In Echo’s van Sobibor heeft Blatt Smith er nog zo een. Haar vader werd geplaagd door nachtmerries, vertelt ze, maar zij ook. Dan droomde ze dat ze een jongetje in een kamp was en werd doodgeschoten. Naar eigen zeggen is ze opgegroeid met het idee dat de wereld onveilig is. In een andere scène, wanneer duidelijk is geworden dat Blatt Smith haar vaders missie aan het voortzetten is, stelt ze: ‘Ik raak er net zo verstrikt in als hij. Het is een last.’ Dat laatste woord had ze liever niet gebruikt, zegt ze nu. ‘Het klinkt te negatief. Een last is iets waar je van af wil, maar zo voel ik het niet. Het is een eer, een nalatenschap.’ De Blaauw en Tuinstra bevestigen dat het woord gevoelig ligt voor Blatt Smith. ‘Maar in de context klopt het,’ zegt De Blaauw. ‘De last is dat zij, nu haar vader overleden is, met al zijn spullen zit, waaronder die vlecht.’
Naar eigen zeggen heeft Blatt Smith ‘gemengde gevoelens’ over de serie. Met name de dingen die haar inmiddels overleden moeder over haar vader stelt, steken. De twee trokken aanvankelijk samen op in hun Sobibor-activiteiten, maar zouden later scheiden. ‘Ze zegt dat hij niet in staat was om van een ander te houden. Voor iedereen die mijn vader gekend heeft, is dat belachelijk. Ze is erg verbitterd.’ De Blaauw plaatst de uitspraken van Blatt Smiths moeder in de context van de Holocaust: hoe het leed de overlevenden beïnvloedt, maar ook de mensen die met hen samenleven. ‘Ik snap dat het voor Rena misschien pijnlijk was om naar te kijken. Ze wil haar vader niet afvallen. Maar hierom zijn wij als documentairemakers op pad gegaan, om te laten zien hoe dit doorwerkt op de volgende generatie.’
Videobellen. Vanuit Israël verschijnt Miriam Kahanov (73) in beeld, naast haar zoon Eran (52). Hij helpt haar met de vertaling van en naar het Engels. Dochters Eliraz (40) en Einat (49), die hun moeder naar Amsterdam hebben vergezeld, schakelen ieder apart in. Als we het gezin vragen naar een voorbeeld van de zeldzame keren dat Hella Weiss, hun moeder en grootmoeder, over de Tweede Wereldoorlog vertelde, antwoordt Kahanov. Ze vertelt dat Weiss, getrouwd met haar koosjer levende vader, in de koelkast vlees bewaarde dat niet aan de joodse spijswetten voldeed. ‘Dan zei ze: “Als God had gewild dat ik koosjer at, dan had hij me niet gedwongen om paardenbloed te drinken om te overleven.”’ Weiss was gezegend met een opgewekte aard, en daarom voelde haar zwijgen voor haar familieleden niet aan als een gemis. Horrorverhalen vernamen ze wel van de buitenwereld. ‘In het Israël waarin ik opgroeide, was de Holocaust nooit ver weg,’ vertelt Eran. ‘We zagen getuigenissen op televisie of hoorden de verhalen op straat. Het was heel gewoon om mensen te zien met het getatoeëerde identificatienummer uit Auschwitz op hun arm.’
Na de aanval door Hamas van 2023 voerde Israël er een vergeldingsoorlog, die nu met een staakt-het-vuren enigszins tot bedaren lijkt te zijn gekomen. In Echo’s van Sobibor betwijfelt Kahanov of er in Israël nog een toekomst is. Wat bedoelt ze daarmee? ‘Mijn moeder zei altijd dat we als Joden in Israël eindelijk veilig waren,’ licht ze toe. ‘Maar nu zie je dat we zelfs met een goed leger, en met deze regering, en te midden van mensen die om elkaar geven, een aanslag als die van Hamas niet kunnen voorkomen.’
Kleurt de familiegeschiedenis hun blik op de gewelddadigheden? ‘Natuurlijk,’ antwoordt Eran. ‘Een volk dat zoveel heeft geleden onder antisemitisme kan geen ander volk pijn doen.’ Kahanov: ‘Hamas is mijn vijand, de Gazanen zijn dat niet.’ Verschillende organisaties, waaronder Amnesty International en Human Rights Watch, hebben de Israëlische oorlog in Gaza een genocide genoemd. Eliraz weerspreekt dat: ‘Als mensen en media dat beweren, dan is het uit onwetendheid.’ De gezinsleden vertolken een gevoel dat volgens de berichtgeving door veel Israëliërs wordt gedeeld: het gaat om een existentiële strijd, hun bestaansrecht staat op het spel. Eliraz ziet overeenkomsten met de Holocaust. ‘Ook bij de aanslag van Hamas zijn mensen op brute wijze vermoord en verkracht. Ook Hamas heeft zijn gijzelaars mishandeld. De geschiedenis herhaalt zich, dat is het gevoel. Toen was het de generatie van mijn grootmoeder, nu is het de mijne.’
Echo’s van Sobibor, Woensdag 7 januari, NPO 2, 20.25
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!