Sfeerfoto van BNNVARA
BNNVARA

BNNVARA

Vóór vooruitgang, vrijheid en verandering

We denken dat het beter kan: open, gelijkwaardig en rechtvaardig. Dit bereiken we niet alleen, dus sluit jij je aan?

Hoe moeten we elkaar aanspreken op online pestgedrag?

15 jan 2020
  •  
leestijd 3 minuten
robin-worrall-FPt10LXK0cg-unsplash
Ruim 140.000 jongeren (5,3 procent) tussen de 12 en 25 jaar kregen in 2018 te maken met online pesten, stalken of bedreigingen, zo meldt Zembla deze week. Meisjes hadden hier bijna twee keer zo vaak last van als jongens. Wat doen online haatreacties met de ontvanger?
Vlogger Bibi Breijman heeft veel ervaring met online haatreacties. Ze vertelde erover in Make Holland Great AgainDe haat begon rond de 'kaboutertijd,' zegt vlogger Bibi Breijman. Ze deed in 2010 mee aan het programma Oh Oh Cherso en had daar de bijnaam 'kabouter.' Online kreeg ze het direct te verduren.
Ze zou lelijk zijn.
Ze zou een vieze moedervlek hebben.
'We moesten voornamelijk dood', zo blikt ze terug in de eerste aflevering van Make Holland Great Again . Wat is dat toch met dat ongeremde gedrag op het web? Volgens hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange missen we op sociale media de correctie die je vroeger op het dorpsplein wel kreeg. ‘Die correctie hebben we nu nog niet. Als mens word je nauwelijks aangesproken op je reacties. Terwijl dat heel goed werkt. We zijn gevoelig voor de veroordelende blik van een ander, en die hebben we niet op sociale media.’ 
Mentale pijn
Wie denkt dat haatreacties zonder gevolg zijn heeft het mis. Paul van Lange geeft aan dat haatreacties veel doen met een persoon. ‘Anders dan fysieke pijn gaat mentale pijn, veroorzaakt door haat, niet zomaar over. Je blijft erover piekeren, het is veel minder goed beheersbaar.’ Ook Bibi Breijman geeft aan dat zij veel moeite heeft met de reacties: ‘Je gaat heel erg aan jezelf twijfelen. Je wordt heel onzeker. Je probeert je ervoor af te sluiten. Maar helemaal kan dat niet, want je bent ook gewoon een mens en je leest de reacties ook. Ook al denken de haters soms dat het niet bij je aankomt.’
Mensen zijn echte groepsdieren die het belangrijk vinden binnen een groep te horen. Wanneer er een bedreiging van buitenaf, bijvoorbeeld een haatreactie, binnenkomt zien we dit als een dreiging. Maar er bestaat ook nog een duidelijk verschil tussen gewone haat en online haat: het is namelijk veel zichtbaarder. ‘Haat op sociale media is extra bedreigend omdat het ook je reputatie aantast. Je weet dat er iets negatiefs over je wordt verteld en je weet niet hoe dat in de toekomst uitpakt, hoe groot het wordt.’ 
Missie: stop online haat, met Bibi Breijman (Make Holland Great Again, afl. 1)
Sociale fuik
Nederlandse Facebook-gebruikers zijn berucht om de hoeveelheid en intensiteit van haatberichten die zij op het medium plaatsen, zo meldde Joop in 2018 . Nederland valt met zo’n 8000 haatdragende, discriminerende en racistische berichten hoger uit dan veel Zuid-Europese landen. Wanneer mensen niet worden aangesproken op hun gedrag gaat dit volgens Paul van Lange steeds verder. ‘Het is een soort sociale fuik. Mensen gaan steeds verder in negatieve communicatie. Want dat trekt de aandacht. En als ze dan ook nog waardering krijgen voor hun reactie, in de vorm van een like, krijgen ze nog meer aandacht. Dan krijgen mensen het idee dat anderen het met ze eens zijn.’
Volgens Van Lange is de emoji-actie van Sahil een heel goede manier om deze correctie aan te brengen in de onlinewereld. ‘Dit is een versterking van een norm die al leeft in de samenleving. Vooral wanneer de mensen die je hoog in aanzien hebt iets afkeuren, reageren mensen daar sterk op. Het is bij het terugbrengen van die norm heel belangrijk dat op het moment dat iemand zo’n reactie plaatst, deze persoon meteen ziet dat anderen dit afkeurenswaardig vinden. Hoe sneller hoe beter. Dan word je persoonlijk afgekeurd op je reputatie. Dat vinden mensen onprettig.’
Met de komst van sociale media is er een nieuw platform voor haat ontstaan. De reden dat mensen juist sociale media gebruiken voor haatdragende berichten is volgens de Amerikaanse onderzoeker John Suler te verklaren aan de hand van zes kenmerken.
Sahil Amar Aïssa in gesprek met expert Paul van Lange.

Meer over dit onderwerp