
Maria Verschoor op het hockeyveld
De fanatieke middenvelder won twee keer goud op de Olympische Spelen en speelde dertien seizoenen in de hoofdklasse bij AH&BC in Amsterdam. Maar naast haar fanatisme op het veld, zet Maria Verschoor zich al jaren in voor meer gelijkheid in het hockey. Hoe zit dat precies?
'Vanaf de jeugd leer je al dat het mannenteam beter en populairder is: het vlaggenschip van de club. En de vrouwen komen daarna', vertelt hockeyster Maria Verschoor. Niet spelen op primetime, geen of minder toegang tot (medische) staf, een lager salaris en ‘investeerdersclubjes’ waar alleen mannen aanwezig zijn. 'Als je zo opgroeit in het hockey, ga je zelf geloven dat je minder waard bent en minder hoort te verdienen.'
'Maar ik ben als vrouwelijke hockeyer niet minder waard', weet Verschoor inmiddels. Om tot dit besef te komen, kostte haar tijd, verdieping in de sport en vooral veel frustratie.
Onderzoek van ABN AMRO laat zien dat mannelijke hockeyers vijf tot tien keer meer verdienen dan vrouwelijke spelers. Dat merkte Verschoor ook zelf toen ze na de Olympische Spelen van 2016 terugkwam bij haar club. 'Ik kwam terug uit Rio en was blij met mijn nieuwe contract en salaris. Totdat ik hoorde wat een mannelijke speler verdiende die niet eens in het olympisch team zat. Het verschil was bizar. Toen dacht ik: hoe kan dit?'
Volgens Verschoor wijzen clubs vaak naar sponsoren als verklaring voor die verschillen. Sponsorcommissies – die voor zo’n 75 procent uit mannen bestaan – zouden vooral mannenteams willen sponsoren. 'Ik vraag me af of dat echt zo is. En áls dat zo is, vind ik het een te makkelijk excuus. Clubs moeten hier strenger in zijn en dit niet accepteren.'
Want Verschoor merkt ook andere signalen. Zo heeft ABN AMRO, destijds hoofdsponsor van AH&BC Amsterdam en meerdere hoofdklasseclubs, haar gesteund en zich actief ingezet voor gelijke salarissen. Inmiddels heeft AH&BC een andere hoofdsponsor.
'Dat mannenhockey populairder is en daarom meer geld oplevert, is een soort standaardzin geworden. Maar dat wordt niet onderbouwd met cijfers. Kaartverkoop bij wedstrijden en kijkcijfers van uitzendingen worden nauwelijks bijgehouden.' Daarom vroeg Verschoor zelf weleens cijfers op bij uitzenders. 'De cijfers die ik heb gezien tonen minimale verschillen, soms hadden vrouwen zelfs hogere aantallen.'
Harde conclusies trekken blijft lastig, legt ze uit, omdat het bijvoorbeeld afhangt van andere sportwedstrijden die tegelijk worden uitgezonden. Juist daarom is transparantie zo belangrijk. 'Zolang er geen duidelijke cijfers zijn, is het moeilijk om de ongelijkheid goed in kaart te brengen en hierover het gesprek te voeren.'
Volgens Verschoor geldt datzelfde voor transparantie in salarissen. 'Dan kunnen we clubs daarop aanspreken en moeten zij zich verantwoorden. Als je de salarissen van de aanvoerders van het Nederlandse mannen- en vrouwenteam naast elkaar legt, is het verschil niet meer uit te leggen. Vrouwen en mannen met hetzelfde hockey-cv horen evenveel te verdienen.'
'Als je naar de geschiedenis van sport kijkt, mochten mannen eerder hockeyen en wedstrijden spelen. Dat is inmiddels allang niet meer zo, maar toch benaderen we de sport nog steeds op die manier. Juist daarom is het belangrijk dat we extra ons best doen om vrouwen dezelfde kansen te geven', legt Verschoor uit.
Toch domineren mannen nog altijd de plekken waar de belangrijke beslissingen worden genomen. 'Hoewel er inmiddels meer vrouwen dan mannen hockeyen, zitten in de bestuursfuncties bij sponsoren en clubs nog vooral mannen. Zij bepalen de contracten en salarissen, kiezen de coaches en trainers en beslissen eigenlijk over alles: van het hockey zelf tot de faciliteiten eromheen.'
En dat heeft gevolgen, merkt Verschoor: 'Ik heb al zo vaak met het bestuur gezeten, maar ik merk gewoon niet dat er structureel iets verandert. Ik denk niet eens dat het uit onwil is. Ze voelen de urgentie gewoon niet, omdat zij zelf niet worden benadeeld.'
Dat Verschoor zich al jaren uitspreekt over ongelijkheid, noemt ze een ‘eenzame strijd’. 'Als hockeyer wil je hier eigenlijk helemaal niet mee bezig zijn. Het kost mentaal veel energie. Ik vind het frustrerend dat het van mij, als speler, moet komen. Er zijn zoveel slimme mensen die hier werk van kunnen maken, maar dat gebeurt gewoon niet.'
Volgens Verschoor moet het probleem bovendien breder worden aangepakt. “Het is een probleem in de hele hoofdklasse, dus één iemand bij zijn eigen club gaat het verschil niet maken. De verantwoordelijkheid ligt bij de clubs, de bond en de Hockey Hoofdklasse CV; de belangenvereniging van de hockeyclubs in de hoofdklasse. Zij moeten om de tafel, om structurele veranderingen door te voeren; bijvoorbeeld een licentiemodel, duidelijke regelgeving en transparantie over cijfers.'
Verschoor vindt het belangrijk dat (jonge) hockeysters beseffen dat het idee dat ze minder waard zijn niet klopt. 'Het is misschien eng om je hierover uit te spreken, dat vond ik eerst ook.' Inmiddels trekt ze zich daar niks van aan. 'Het is jammer dat dit bij spelers moet beginnen, maar er verandert niets als we niets zeggen. Blijf vragen stellen over waarom dingen zijn zoals ze zijn en laat je niet te makkelijk wegsturen.'
'Hoe vaker je je uitspreekt, hoe krachtiger dat ook voor jezelf voelt. Je laat zien waar je voor staat en gebruikt je stem voor iets waar je echt in gelooft.'
Thema's:
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!