BNNVARA
Een eerlijk en gelijkwaardig Nederland. Wij zijn voor. Jij ook?

Lerarentekorten en achterstanden. Hoe zorgt dit voor ongelijke kansen?

8 sep 2021
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
377 keer bekeken
Screenshot 2021-09-06 at 10.19.57
‘Na vele gesprekken met de directie hebben ze me met moeite een kans gegeven en gezegd dat ze me zouden kunnen plaatsen in een kansklas waar ik mezelf kon bewijzen’, vertelt Oumaima in Khalid & Sophie. Haar docente Maxe de Rijk luidt de noodklok: nu de formatie maar blijft duren, moet het onderwijs op de schop.

Kinderen kunnen in een kansklas geplaatst worden na de basisschool, voordat ze naar het praktijkonderwijs worden gestuurd. In zo'n klas kan een leerling zijn of haar niveau iets verhogen. Maar om in aanmerking te komen moet je een minimale achterstand van drie jaar hebben. Die achterstanden lopen alleen maar op, volgens De Rijk: 'Kinderen komen met een achterstand op bijvoorbeeld Nederlands binnen in groep drie of vier. Dan praat je minder goed Nederlands dan de kinderen in de klas. Die achterstand moet je inhalen, maar je klasgenoten gaan ook verder. Ten opzichte van de klas blijf je achter. Op een gegeven moment denk je: ik kan niet zo goed leren, wat doe ik hier eigenlijk? Dan komt er achterstand bij.'

Een van de leerlingen in de kansklas van De Rijk is Oumaima. Volgens haar werkt het lerarentekort de achterstanden in de hand: ‘Tijdens de eerste jaren op de basisschool had ik geen fijne tijd. Mijn school werkte met iPads en er was een groot lerarentekort. Daardoor liepen vele kinderen een achterstand op. Tijdens groep 7 vertelden ze mij al dat ik een praktijkadvies had. Mijn ouders en ik waren het hier niet mee eens. Na vele gesprekken met de directie hebben ze me met moeite een kans gegeven en gezegd dat ze me zouden kunnen plaatsen in een kansklas waar ik mezelf kon bewijzen.’
Opgegeven worden
Kinderen met een achterstand krijgen ook niet altijd de benodigde aandacht, vertelt klasgenoot Blessing: ‘Als je achterstand hebt en andere kinderen zitten voor jou, dan krijg je geen aandacht meer. Ze zeggen altijd: "We geven je aandacht, we gaan je helpen." Maar dat doen ze niet. Als ze zeggen dat je praktijkadvies hebt, dan is het klaar. Ze helpen of steunen je niet.’ Zij voelde zich hierdoor eenzaam: ‘Ik had hoger verwacht. Je wilt zoals anderen zijn, die goed advies hebben en hogere cijfers.’

Vertrouwen
Dan is het de taak van de middelbareschooldocent om dat vertrouwen terug te geven, licht De Rijk toe: ‘Het is verdrietig. Kinderen komen met een trauma van de basisschool af, met het idee dat ze niet kunnen leren en minder zijn dan de rest. Dan is het aan de middelbareschooldocent om aan dat vertrouwen te werken. Zo van: "Volgens mij kun jij heel goed leren, alleen ben je gestopt. We gaan die achterstanden inhalen en dan kom je er wel."'

Een team, een taak’ werd het motto van de klas, legt Oumaima uit: ‘Als iemand een slechte dag had of niet veel motivatie, werd ons motto herhaald en zorgde dit ervoor dat diegene het oppakte.’

Hoewel de klas en de docenten een cruciale rol spelen in het winnen van (zelf)vertrouwen, is het ook goed mogelijk dat leerlingen dat vertrouwen kwijtraken buiten het klaslokaal, vertelt De Rijk. Dit legt De Rijk uit aan de hand van een fragment uit haar boek:

De klas staat op het punt om met het Nederlands Blazers Ensemble een voorstelling te geven. De jongens zijn buiten een luchtje aan het scheppen.

‘Om half acht zijn ze nog niet terug, om kwart voor acht ook niet. Boos bel ik ze. Ibrahim neemt op. “We staan bij de politie, juf. Misschien worden we wel meegenomen.” Ik schrik, dat had ik niet verwacht. "Wat is er gebeurd?", vraag ik. “Niets, we mogen hier alleen niet zijn of zo”, antwoordt Ibrahim en de verbinding wordt verbroken. Ik slik. Over een kwartier moeten ze het podium op. Ik wacht gespannen, vraag me af of ik contact moet opnemen met de politie en maan ondertussen de rest van de klas tot rust. Dan roept Kaan: "Ze zijn er." Gierend van de adrenaline komen de jongens de wachtruimte van het theater binnen. “We zien eruit als criminelen”, roept Youssef. “Ze dachten gewoon dat we iets gestolen hadden”, roept Ibrahim. “Ja, maar toen zei ik dat we gingen optreden in het theater, en dat geloofden ze natuurlijk niet; we zien er meer uit als dieven.” Verbaasd kijk ik naar de jongens. “Zou het door de pet van Ibrahim komen? Door het trainingspak van Enes?” Ze roepen door elkaar heen. Op zoek naar een reden voor deze onterechte beschuldiging. Een reden voor het feit dat de agenten dachten dat ze wat gestolen hadden, in de plaats van dat ze gingen optreden in het theater.'
Weg met gemiddelden? 
Maar leerlingen kunnen op meerdere manieren behoed worden voor deze achterstanden, legt De Rijk uit: 'Het zou enorm helpen als ze niet steeds met het gemiddelde werden vergeleken. Want dan krijg je steeds het gevoel dat je minder bent dan de rest. Laat leerlingen hun eigen lijn volgen. "Je bent gegroeid ten opzichte van vorige week of vorige maand. Kijk eens hoe goed je het doet." Ik heb gezien dat toen eenmaal het zelfvertrouwen terug was, de leerlingen als een speer gingen.’ Geef leerlingen de tijd om een bepaald diploma te halen dat bij ze past, legt De Rijk uit. Volgens haar wordt de weg naar een diploma toe erg beïnvloed door een schooladvies: ‘Je kunt altijd opklimmen, maar ik zie liever dat leerlingen wat eerder en wat breder opgeleid worden.'

Kleinere klassen zouden ook positief kunnen bijdragen: ‘Ik hoor heel veel van leerlingen dat ze geen aandacht krijgen. De klassen zijn zo groot, dat degenen die er boven en onder zitten krijgen minder aandacht. Die moeten er gewoon bijgetrokken worden.’

Want aan dromen geen gebrek, vertellen de leerlingen. ‘Ik wil fashion designer worden. Van kleins af aan ben ik gek op kleding, mode en magazines. Ik wil later een eigen bedrijf en merk. Ik doe mijn best om dat allemaal te bereiken', vertelt Oumaima. 'Van kleins af aan wil ik al kinderverpleegkundige worden. Ik zal heel hard werken om dat te bereiken', aldus Blessing.
Door Noene Kazarjan