
Kimberley in Het bloed van mijn vader
© BNNVARA / Tangerine Tree
Kimberley (28) was zeventien toen haar vader werd vermoord. Elf jaar later heeft ze nog steeds geen antwoorden – en besluit ze die zelf te gaan zoeken.
'Ik wil niet uitgaan van wat er op Opsporing Verzocht is gezegd. Er zijn heel veel verhalen en ik wil niet alleen daarvan uitgaan', vertelt Kimberley. Toen ze zeventien was verloor ze haar vader. Elf jaar na de gewelddadige moord op haar vader, Kenneth Richards, zoekt Kimberley naar antwoorden. 'Ik wil er zelf achter komen. Ik wil met zoveel mogelijk mensen spreken en op onderzoek uitgaan. Want ik weet het nu gewoon nog steeds niet.'
Kimberley draagt niet de naam van haar vader. Iets wat ze wel graag zou willen, ondanks dat de naam veel met zich meedraagt. 'Ik voel me een Richards. Ik wil ook al heel lang mijn achternaam veranderen in die van hem. Het is wie ik ben, zijn kind. (...) Richards is het enige dat mij aan hem verbindt. Voor de rest doet niks dat meer, hij is er niet meer. Hij kan niet meer met me praten, hij kan niet meer zeggen hoe trots hij op me is.' Kimberley ziet het aannemen van haar vaders achternaam als een laatste ode aan hem. 'Het gaat een stukje verwarring van vroeger over wie ik ben helen.'
Als kind kwam ze nooit iets tekort. 'Op de eerste schooldag was er kleding, dan werd er geshopt voor ons, of een groot cadeau voor mijn verjaardag. Ik had oorbellen, gouden armbanden, gouden ring. Het was nooit te veel gevraagd als ik langsging en vroeg of hij wat had. Dan kreeg ik altijd geld. Dat doe je niet zomaar, toch?' Toch zijn er ook jaren waarin haar vader Kimberleys verjaardag vergat, maar dat is ze vergeten. 'Dat weet ik niet meer. Mijn herinneringen vervagen.'
Ze stelde op jonge leeftijd al veel vragen. 'Ik ben heel nieuwsgierig, in de Surinaamse cultuur werd dat soms gezien als brutaal. Het is heel Surinaams-eigen om een beetje te sussen wat een kind zegt. In plaats van te kijken waarom je dochter zo doet, kreeg ik de stempel: zij is vervelend en luistert niet.' Deze situatie leidt er uiteindelijk toe dat Kimberley door jeugdzorg uit huis wordt geplaatst. In die periode ziet ze haar vader niet, ze belt alleen af en toe met hem.
Anders dan Kimberley wil haar zus, Anouchka, niet zo veel weten over hun vader: 'Als ik weer te diep ga, dan komen er veel dingen naar boven waarvan ik niet zou willen dat dat weer naar boven komt. Want het heeft me heel veel tijd gekost om bepaalde trauma's te verwerken – hoe ik hem heb gezien en de hele situatie.'
Ook nu ze zoekt naar antwoorden op vragen over haar vader, merkt ze dat haar familie niet graag praat over het verleden. 'Ik heb een beetje het gevoel dat dat voor ons, Surinamers, ook niet heel veel voorkomend is dat je zo teruggaat in het verleden. Als ik er vroeger vragen over stelde, dan zei mijn moeder: "Ik vertel het je later als je ouder bent." Dat is soms ook wel pijnlijk. Zij wist wat hij deed en dat hij een crimineel was.'
Kimberleys moeder sprak weinig met de vader van Kimberley. 'Hij liet zich niet kennen', vertelt ze. 'Ik kan me niet herinneren dat we echt met elkaar aan tafel zaten te praten. Daar had hij niet zoveel tijd voor. Het was ook een andere tijd, ik zat in een heel andere situatie. Hij zorgde voor ons. Als ik weg zou gaan, waar zou ik dan heen gaan?', vertelt haar moeder. Het samenleven met haar vader was lastig. 'Maar ik weet niet of ik daarover moet vertellen.'
Ze wil de stilte doorbreken. 'Ik voel me best alleen, dat ik de enige ben. Ik wil dat niet meer. Ik wil dat we spreken, als familie.' Maar soms twijfelt ze ook aan die zoektocht. 'Soms denk ik ook wel: wat doe ik nou eigenlijk? Ik krijg je (haar vader, red.) er niet mee terug. Dat zou ik zo graag willen. Ik zou er echt alles voor overhebben om hem nog een keertje te zien, om te laten weten dat alles goed gaat. Ik ben nu volwassen en probeer de beste versie van mijzelf te zijn.'
Haar vader heeft van haar gehouden, 'daar is te veel bewijs van', benadrukt Kimberley. 'Ik wou dat dat criminele leven van hem nooit aan mij verteld was, maar dat moest, want hij was geliquideerd. Dan kan je me niet meer voor de gek houden, dan moet je het vertellen. Maar ik wou dat dat niet zo was. Misschien probeer ik ook dingen voor hem goed te praten, omdat ik dat beeld van hem wil behouden.'
Het is moeilijk om te gaan met alles wat ze over haar vader heeft gehoord. 'Maar ik ga niet turnen op hem. Ik ga hem niet zien als een bad guy. Dat is niet eerlijk. Zo kwam hij ook in Opsporing Verzocht (...) verder weet niemand iets over hem, de zaak is gesloten. Ik weiger om daaraan mee te doen. De eerste zeventien jaar van mijn leven heb ik zelf bepaald. Toen heeft hij besloten mij te laten zien wie hij is. Ik heb wel het gevoel dat hij het heeft geprobeerd.'
Meer over:
het bloed van mijn vaderMeld je snel en gratis aan voor de BNNVARA Nieuwsbrief!