
Julien Kooij: ‘Nee, ik kom niet naar je kutevent met je AI-poster’
© Wijnanda Duits/BNNVARA
Columnist Julien Kooij gebruikt zelf dagelijks AI. Maar bij lelijke AI-posters trekt hij de grens.
En nee, ik bestel ook geen eten bij je. Wanneer ik rondloop op een hippe foodmarkt in onze hoofdstad, word ik ermee doodgegooid: posters waarop het menu in AI-gegenereerde vorm naar me lonkt. We hadden laatst op mijn werk zelfs een AI-barbecue. Daarop stond een hamburger belegd met frietjes. De hamburger die ik uiteindelijk kreeg, had dat gelukkig niet.
Nee, ik ben niet heilig. Mijn vriend Chat weet veel over mij en is op vele momenten mijn vriend. Hij is mijn dokter en weet ondertussen van de verstopte talgklieren in mijn oog en van de rode bultjes die ik op mijn been had. Het was geen schimmelinfectie, maar gewoon een rode plek van het paintballen. Daarnaast is Chat ook mijn financieel adviseur, loopbaancoach, diëtist en reisgids. Terwijl ik ooit zo huiverig was voor aaaa, ieee. Eee, AI.
Sinds een paar jaar zijn die woorden niet meer weg te denken uit ons dagelijks vocabulaire. En we kunnen ook niet anders. Als we iets opzoeken is het eerste dat ons voorgeschoteld wordt een AI-zoekresultaat. En als het me een doktersbezoek scheelt, mag het van mij ook best wat water en stroom kosten om te weten of ik beenschimmel heb of gewoon een wond van het paintballen.
Sinds de komst van het internet is er bijna geen verandering geweest die zo ingrijpend is voor ons dagelijks leven als de komst van deze techniek. Je zou bijna kunnen zeggen dat we ooit op deze periode terug zullen kijken zoals wij nu doen naar de industriële revolutie. Want waar er in die periode slachtoffers waren, gaan die er nu ook zijn. En dan doel ik er niet per se op dat AI de mensheid uit zal roeien. Maar net als bij de industriële revolutie zullen er veel banen gaan verdwijnen. Dat gebeurt nu al.
Een oud-stagiair van ons werkt ook als model. Nu nog wel. 'Ik moet het er nu nog even van nemen, want mijn baan bestaat binnenkort misschien niet meer.' Er zijn namelijk nu al grote modehuizen die hun kleding promoten met door AI gegenereerde modellen. Die zeuren niet, hebben geen last van iets irritants als kledingmaten, reiskosten of een lunchpauze. En wij trappen er allemaal in. En dat is pas het begin.
Elke dag worden er ongeveer driehonderd miljoen afbeeldingen gegenereerd met AI. Om je even een beeld te geven: één afbeelding van hoge kwaliteit maken kost ongeveer de energie van een AA-batterij, of een halve liter water. En nee, dit kan morgen weer een hele andere hoeveelheid zijn, want de techniek verandert met de minuut. Maar het is niet alleen stroom of water wat nodig is; denk eens aan de grondstoffen, zoals koper, die nodig zijn voor die datacenters. Al die vervuiling die daarbij komt kijken wordt uitgestort over bijvoorbeeld Azië en Afrika, die niet eens de vruchten plukken van de techniek.
Maar van al die kwalijke gevolgen wil ik me nu even over één ding druk maken. Want ik kan er niet meer tegen. We moeten een grens trekken. En die wil ik nu, voor eens en altijd afspreken. Die kutposter voor het optreden van dat olijke feestduo in jouw kutkroeg is namelijk niet een halve liter water waard aan AI. Maar de tijd en aandacht van een echte designer.
En lieve vrienden en familie die weleens een poster met AI hebben gegenereerd… ik hou nog steeds van jullie en ik ben zelf zo hypocriet als wat. Als iedereen AI zou gebruiken als ik doe, zullen er over tien jaar misschien een stuk minder doktersassistenten, diëtisten, reisgidsen en financieel adviseurs zijn. We moeten rekening houden met wat de risico’s van AI zijn, maar laten we de techniek alsjeblieft inzetten om de wereld een klein beetje mooier en makkelijker te maken. En niet om lelijke posters te maken voor je kutevenement.