BNNVARA

wij zijn voor

Een eerlijk en gelijkwaardig Nederland. Wij zijn voor. Jij ook? Samen zetten we dingen in beweging. Sluit je aan bij BNNVARA.

Hoe was het voor Rudy Asibey om als zwarte vrouw op te groeien in Nederland?

15 nov 2020
  •  
leestijd 4 minuten
BLM
‘Ik heb het gevoel dat ik er niet meer bij hoor. Het lijkt alsof ik een pop ben die wordt overgegooid. Ik wou dat het hier anders was. Ja, hier in Nederland. Geen discriminatie.’

Dit leest Rudy Asibey uit haar dagboek voor in de Nieuws BV. Ze is dertien jaar wanneer ze dit, naar aanleiding van de opkomst van Pim Fortuyn, opschrijft. Om dit als volwassene terug te lezen is heel confronterend en pijnlijk, vertelt ze: ‘Het voelt alsof een ander persoon dit opschreef; alsof ik niet meer degene ben die dit is aangedaan.’

Racisme in Nederland
Zwarte Nederlanders worden al heel jong geconfronteerd met het bestaan van racisme. Asibey neemt ons mee naar haar eerste confrontatie: ‘Een klein jochie kwam naar me toe, wreef over mijn arm en zei: “Als je doucht, gaat het dan niet weg? Je bent echt vies.” Ik ging naar huis en huilde het uit bij mijn moeder: “Ik ben toch niet vies? Ik ben toch Ghanees?”’ Gedurende haar jeugd zorgen dit soort gebeurtenissen ervoor dat de trotsheid die ze voelt jegens haar huidskleur omslaat in schaamte.

Het is namelijk niet de laatste keer dat ze te maken krijgt met racisme. Zo wordt ze opnieuw met racisme geconfronteerd wanneer ze meedoet met een avondvierdaagse. Een groepje jongeren valt haar en een ander klasgenootje verbaal en fysiek aan. Toch besluit ze de vierdaagse nogmaals te lopen: ‘Ik vond de kracht om het weg te stoppen en te gaan. Het deed me wel wat: ik ging naar huis en zat jankend op mijn bed. Maar ik vond het belangrijk om het te blijven doen.’

Praten
Haar ervaringen en gevoelens omtrent racisme bespreekt ze gedurende haar jeugd niet met vrienden. Ook nu, als volwassene, kost het veel energie om steeds het gesprek over racisme aan te gaan, legt ze uit. ‘Het is al vijf jaar geleden dat ik met iemand in discussie ging. Ik vraag altijd: “Ben je bereid om te luisteren en van mening te veranderen? Of ben je hier om een standpunt te maken?” Als dat zo is, ga ik geen gesprek met je aan.’
Ja, maar…
Over racisme praten eist namelijk zijn emotionele tol, volgens haar: ‘Elke keer als ik iets zei, dan was er steeds een “ja, maar”. Tegenwoordig haak ik dan af.’ Asibey: ‘Ze hebben dan al een antwoord klaar, voordat je überhaupt iets hebt gezegd.’ Volgens haar zouden vragen als 'waarom is dat zo?’ een beter gesprek tot stand brengen: ‘Niet alles staat online, dus ik begrijp het wanneer ze deze vragen stellen, om bijvoorbeeld de emotionele kant ervan te begrijpen.’

Volgens Asibey gaat zwart zijn in een witte omgeving vaak gepaard met het verbergen van je emoties. In de afgelopen jaren uit ze vaker wat ze voelt en wat ze denkt. ‘Daarom zeg ik ook: "Het is heel vermoeiend." Mijn batterij is leeg. Ik kan het niet meer inhouden en ik wil het niet meer inhouden. Het hoeft ook niet.’

Ik hoop 
En dat is precies wat ze doet wanneer ze geconfronteerd wordt met beelden van het toenemende politiegeweld in de Verenigde Staten en de reacties daarop in Nederland. Ze begint uit pure frustratie te schrijven over de discussies die rondom racisme zijn ontstaan in Nederland: ‘We weten inmiddels al dat racisme echt bestaat. Het is een feit, het is geen mening meer.’

Asibey wil aan Nederland laten zien dat het ook hier, ‘in de hoek van en in de Randstad’, gebeurt. In haar boek, Ik hoop, vertelt ze hoe het is om als zwarte vrouw op te groeien in Nederland. Maar met dit boek wil ze ook anderen, die zich herkennen in haar verhaal, een hart onder de riem steken: ‘Ik doe dit ook om de dertienjarige in mij te helen. Maar ook om de dertienjarigen van nu iets te laten zien: je bent niet alleen in deze strijd. Je bent niet de enige die dit meemaakt.'

Nederland
Het besef dat racisme bestaat in onze samenleving begint steeds meer te komen. Een voorbeeld hiervan is de grote opkomst voor de Black Lives Matter-protesten in Nederland dit jaar. Asibey is trots, maar dat gevoel gaat ook gepaard met wat teleurstelling: ‘Ik had dit als dertienjarige heel graag gezien.’ Ze vraagt zich af waarom het zo lang heeft moeten duren.

Haar belofte aan Nederland
En toch is Asibey hoopvol over de toekomst. Daarom doet ze de volgende belofte aan Nederland: ‘Mijn belofte, Nederland, is om je beter te maken. Mijn belofte aan jou is dat ik van dit land een land maak waar ik trots op kan zijn. Ik wil een vlag in mijn Instagram bio kunnen zetten zonder schaamte te voelen voor de zwarte bladzijden uit de geschiedenis die nu worden verborgen. Mijn belofte aan jou is dat we sterker worden; samen.’
Rudy Asibey

Rudy Asibey leest voor uit 'Ik hoop' in De Nieuws BV

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar