Sfeerfoto van BNNVARA
BNNVARA

BNNVARA

Vóór vooruitgang, vrijheid en verandering

We denken dat het beter kan: open, gelijkwaardig en rechtvaardig. Dit bereiken we niet alleen, dus sluit jij je aan?

VOLG ONS

Hoe werd een stoere vrachtwagenchauffeur een vrouw?

4 nov 2019
  •  
leestijd 5 minuten
mevr-faber-still-009-771892

Een stoere vrachtwagenchauffeur die na dertig jaar huwelijk zijn vrouw vertelt dat hij vrouw wil worden. Regisseur Job Tichelman volgde haar transitie.

 

Soms is de werkelijkheid rijker dan fictie. Dat ontdekte ook Job Tichelman, regisseur van Mevrouw Faber. In de documentaire volgt hij Harriëtte Faber, geboren als Harm in een dorp in Friesland; vrachtwagenchauffeur van beroep, dol op autocrossen en al dertig jaar getrouwd met Siepie. De paden van Tichelman en Harriëtte Faber kruisten per ongeluk. Tichelman had een scenario geschreven voor een korte speelfilm over een Friese vrachtwagenchauffeur die vrouw wil worden. Toen hij in Friesland aan het zoeken was naar locaties voor de film, zeiden mensen: ‘Dat is toevallig, wij hebben er ook zo een.’ Tichelman kreeg het adres, belde aan en trof Harriëtte, die hem gelijk een rondleiding gaf door het in aanbouw zijnde ontmoetingscentrum voor wat in het westen LHBT’ers (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders) heet en een documentaire-idee was geboren: Harriëtte volgen in de periode voor, tijdens en na de geslacht veranderende operatie. Een periode die uiteindelijk bijna twee jaar zou duren.

 

Ging het je om het thema of de persoon van Harriëtte waardoor je op het idee voor de documentaire kwam? Regisseur Job Tichelman: ‘Het klinkt misschien vreemd, omdat ik natuurlijk ook al een fictie-scenario over hetzelfde had geschreven, maar eigenlijk heb ik niet per se veel met onderwerpen als diversiteit. Het is een bijzonder toeval dat ik hierdoor bij haar uitkwam.’

mevr-faber-still-028-857510

Ze is wel een vondst, wat een krachtig mens! ‘Ik weet wel dat ik die eerste keer gelijk dacht: wat een grappig mens. Ik nodigde haar uit op de set van de korte speelfilm, ze kwam en is praktisch de hele draaiperiode gebleven. Stond ze in haar rokje te kijken, soms tot zes uur ’s morgens. Voor haar was het verhaal een feest der herkenning.’

 

Opvallend aan de documentaire Mevrouw Faber vond ik dat de mensen in het dorp zo ruimdenkend overkomen. Alhoewel de dorpelingen haar steevast Harm blijven noemen, lijken ze haar ook compleet te accepteren. ‘Het is een vooroordeel dat dorpen altijd gesloten bolwerken zijn waarin alles wat anders is niet welkom is. Ik kom zelf uit een dorp in Friesland. Ik ben gehandicapt, misschien is dat niet helemaal te vergelijken, maar ik heb nooit een outcastpositie gehad. Misschien komt het omdat noorderlingen van nature vrij makkelijke, nuchtere mensen zijn. Je moet natuurlijk wel een beetje geluk hebben, er zijn ook nog heel bekrompen en christelijke dorpen. Toch staat het dorp waar Harriëtte woonde – ze is inmiddels verhuisd – ook niet per se te boek als vooruitstrevend. Het dorp waar ik vandaan kwam, twee kilometer verderop, was dat wel. Daar kwamen in de jaren 70 veel mensen vanuit het westen naar toe. Thuis spraken wij niet Fries, maar ik kan het goed verstaan. Daarom kon ik Harriëtte ook in haar moedertaal laten praten, wat de authenticiteit goed heeft gedaan.’

 

Het is bijzonder hoe Harriëtte omgaat met mensen, heel gedecideerd. Dat ze haar Harm blijven noemen en zij hen continu, bijna droogjes corrigeert. ‘Ik denk dat veel jonge transgenders iets van Harriëtte kunnen leren. We leven in het tijdperk van de snel gekwetsten. Zo zijn er steeds meer woorden die we niet mogen gebruiken. Harriëtte die denkt: deze mensen kennen mij al 40 jaar als Harm, dus dat ze zich vergissen is geen moedwil en het komt uit een goed hart. Ze corrigeert ze, raakt nooit geërgerd of boos.’


Heb je iets van Harriëtte geleerd? ‘Ik ben zelf ook zo, denk ik. Ik was altijd de enige in een rolstoel. Ik heb niet op een speciale school gezeten ofzo. Ik deed aan rolstoelracen en als ik daar weleens kinderen ontmoette die wel op een speciale school zaten, vond ik dat altijd een beetje watjes. Altijd een beetje jammeren, hun zin willen. De uitzonderingspositie claimen, wij zijn zielig. Ik geef nu zelf drie dagen les op een ROC in Amsterdam West en heb daar veel Marokkaanse, Turkse en Surinaamse leerlingen in de klas en die bestempelen werkelijk alles als racisme. Als ik dan vraag: wat is racisme, kunnen ze daar niet eens antwoord op geven. Ik geef Nederlands en laat ze altijd een sollicitatiebrief schrijven en dan zeggen ze altijd: dat heeft geen zin, meester, want we worden toch niet uitgenodigd. Ik geef mezelf ook wel als voorbeeld, dan zeg ik: mensen met een handicap hebben nog minder kans op het vinden van een baan, maar ik zit hier toch ook, ik ben toch jullie meester. Dan geven ze me schoorvoetend gelijk.’

 

Nog even terug naar de documentaire. Je hebt die samen met Hjalmar Tim Ilmer gemaakt, hij is eigenlijk cameraman maar jullie worden ook samen als regisseur genoemd. Hoe zit dat? ‘Het is mijn eerste film en Hjalmar was ik tegengekomen op de set van de korte film waarvoor ik het scenario had geschreven. Hij was daar de enige met ervaring. We besloten samen deze film te doen. Hij filmde vooral, ik stelde de vragen. We vulden elkaar goed aan. Hij is ook iemand die wat beter kan doorduwen. Toen Harriëtte bijvoorbeeld na de operatie met veel pijn in het ziekenhuisbed lag, wilde ze eigenlijk niet dat we nog een dag kwamen filmen. Maar we hadden al geregeld dat haar moeder en zus langs zouden komen en dat we daar bij mochten zijn. Ik voel me op zo’n moment heel bezwaard, Hjalmar is doortastender. En toegegeven: het leverde een prachtige scène op.’

 

Het is voor het eerst dat ze stil is, dat ze niet haar woordje en grapjes klaar heeft. ‘Dat heeft ze ook als haar vrouw Siepie langskomt, die helemaal geen vragen stelt. Ze vraagt niet: heb je pijn, ben je opgelucht. Harriëtte zegt tot vier keer toe: de operatie is goed gegaan. Ze wil het erover hebben, en het enige dat Siepie zegt is: we zien het allemaal wel. Heel nuchter, Fries ook wel, maar het komt op anderen misschien een beetje kil over.’

mevr-faber-still-025-902500

Hoe is het eigenlijk afgelopen met de korte speelfilm? ‘Die is er gekomen, maar was niet zo geslaagd. Zeg maar gerust mislukt. De regisseur had een hoofdpersoon gecast met een markante kop, maar deze had ook in coma gelegen en kon daardoor geen teksten onthouden.’

 

Blijf je documentaires maken of toch liever scenario’s schrijven? ‘Ik zou het wel willen combineren. Ik schrijf nu aan een scenario voor een lange film met autobiografische elementen. Het gaat over een jongetje dat goed kan voetballen, dat erover droomt om prof te worden. Zijn vader is zijn grootste fan en coach. Samen met zijn beste vriendje voetbalt hij elk vrije moment. Dan belandt hij in een rolstoel en moet zichzelf opnieuw uitvinden. Het verandert de relatie met zijn vader en zijn vriend. Hij moet jaloezie overwinnen en accepteren dat hij niet meer kan voetballen. Ik ben zelf gehandicapt geboren, maar ik wilde altijd voetballen en heb daar uiteindelijk een manier op bedacht, achterstevoren in mijn rolstoel. Dat laat ik het jongetje ook ontdekken.’

 

Was jij ook jaloers? ‘Nee, nooit. Mijn broertje was heel goed in voetbal en ik zag hem als mijn plaatsvervanger op het veld. Het jongetje in de film heeft een ander karakter dan ik, voor de film is het mooi dat hij jaloers is. Wat we wel delen, is een zelfde vasthoudendheid.’


2Doc: Mevrouw Faber, maandag 4 november, NPO 2, 20:55