
Trigger warning: verslaving, suïcidale gedachtes
David* heeft sinds zijn zestiende een drugsverslaving. Na jarenlang worstelen met zijn verslaving is hij clean. Hij spreekt over zijn ervaring met harddrugs, zijn hobbelige herstel en zijn kijk op de toekomst.
‘Toen ik elf was kwam er een man naar onze school, een ex-verslaafde, om zijn verhaal te vertellen. Hij had een boekje bij zich waar allerlei soorten drugs in stonden: heroïne, cocaïne, wiet en pillen. Ik vond elk plaatje en de uitleg erbij interessant – daar begon het. Ik rookte op mijn twaalfde mijn eerste sigaret en op mijn dertiende mijn eerste joint. Het was toen heel interessant, omdat je weet dat er zoveel dingen zijn die niet mogen.’
‘Ik had een moeilijke band met mijn vader, daardoor wilde ik minder thuis zijn. School was op dat moment geen uitdaging voor me, waardoor ik vrijwel niks buiten school deed. Ik had veel vrije tijd en dan kom je met de jongens in contact die ook niks aan school doen.’
‘Op zo’n leeftijd dan is dat alles wat je hebt: je vrienden. Ik wilde het op korte termijn leuk hebben, en dat ging dan hand in hand met een jointje en verkeerde jongens.’
‘Op mijn zestiende stopte ik met school. Toen ben ik samen met een jongen, die ook was gestopt met school, op straat beland. Elke dag, de hele dag blowen, de hele dag stoned.’
‘Ik begon op een feestje met xtc en toen ging ik dat steeds vaker doen. Ik was helemaal niet bezig met de mensen op het feestje, ik was alleen maar bezig met het feit dat ik aan de drugs zat.’
‘Vlak daarna begon de coronapandemie, ik was toen zeventien. Vanaf dat moment begon ik ook doordeweeks xtc te gebruiken. Dat deed ik ongeveer drie keer per week – soms al om elf uur ’s ochtends. Als ik een pil gebruikte was ik blij, als ik geen pil gebruikte was ik heel somber.’
‘Ik werd psychotisch en heb een zelfmoordpoging gedaan; ik ben op klaarlichte dag op het spoor gaan staan. Een omstander heeft me daar toen weggetrokken. Ik ben die avond naar huis gegaan en heb mijn moeder ingelicht. Als je dan ziet wat het met je familie doet, je gezin, dat is zo verdrietig.’
‘Ik moest de volgende ochtend meteen naar de crisisdienst. Daar werd ik doorverwezen naar Yes We Can Clinics. "Zorg in ieder geval dat je genoeg te blowen hebt tot je opnamedatum, dan ben je tenminste rustig. Maar geen andere drugs meer", werd mij geadviseerd.’
‘Ik heb daar zeven weken gezeten. Toen ben ik eruit geknikkerd. Ik heb daar heel erg veel geleerd, maar ik kreeg daar niet de goede begeleiding. Ik was toen wel een tijdje gestopt met intensief gebruiken.’
‘Toen ik achttien was, begon ik te werken in de sales en raakte ik verslaafd aan cocaïne en drank. Ik was gestopt met de pillen, maar ik blowde wel nog om in slaap te komen.’
‘Ik gebruikte twee avonden per week, drie gram coke per avond. Dat is driehonderd euro aan cocaïne per week. Dat heeft zeker wel drie jaar geduurd. Ik was elke week van donderdag tot zaterdag wakker door de cocaïne en de drank.’
‘Op donderdagmiddag zat ik in m’n eentje op hetzelfde terras. Dan kwam mijn dealer met een paar gram coke, dronk ik acht bier en begon ik met snuiven. Daar zat ik dan een uur in m’n eentje te gokken en te snuiven en daarna ging ik naar m’n vrienden.’
‘Het waren altijd zulke heftige avonden, mijn lichaam begaf het op een gegeven moment. Het leven werd heel zwaar. Ik was heel erg moe en depressief.’
‘Het leek allemaal goed te gaan, maar hoe langer ik cocaïne gebruikte, hoe moeilijker alles werd zonder. Elke zaterdag besloot ik nooit meer zo te leven, maar elke donderdag zat ik weer te snuiven op het terras.’
‘Mijn kamergenoot uit Yes We Can overleed en een meisje die ik kende beroofde zichzelf kort daarna van het leven. Dit was een realisatiemoment; toen ben ik naar een detox in Weert gegaan. Mijn laatste keer cocaïne was 5 mei 2024.’
‘Je merkt dat wanneer je een tijd niet gebruikt, dat je gevoel terugkomt. Daar heb ik de motivatie gevonden om op het juiste pad door te gaan.’
‘Ik ben daarna naar een kliniek in Zuid-Afrika gegaan. Daar kreeg ik veel persoonlijke aandacht. Er zaten acht patiënten en er was veertien man personeel. Dat was echt een keerpunt voor mij. Daarna zijn dingen veel beter gegaan.’
‘Mentaal zat ik op een soort roze wolk in de kliniek, maar dan kom je thuis en dan gaat het leven weer door. Ik kwam in een gat terecht. Iedereen mocht drinken en naar feestjes en ik niet. Het was zomer, maar ik sloot me op in mijn kamer.’
‘Mijn oude baas van het salesbedrijf had gehoord dat ik veel thuis zat en wilde mij graag terug op de vloer. Hij heeft toen laten weten dat hij een veilige situatie voor mij kon creëren op het werk, zodat ik niet terug zou vallen. Daardoor ging het mentaal weer een stuk beter.’
‘Heel cliché: bedenken wat je wél hebt om voor te leven en hoe erg het zou zijn als je terugvalt. Ik kan nu lachen naar de toekomst en dat zorgt er voor mij voor dat ik niet weer denk aan terugvallen. Ik heb heel lang gewerkt zonder te weten of het ooit beter zou worden – ik zou nooit meer terug willen naar die onzekere situatie.’
‘Nee. Ik heb altijd gedacht dat ik de dertig niet zou halen. Ik had daar vrede mee. Ik wist dat er een mogelijkheid zou zijn dat ik een overdosis zou nemen.’
‘Het is pijnlijk. Ik gun het mezelf niet hoe het is gelopen, ik was nog zo jong. Maar ik ben er heel dankbaar voor dat het voorbij is.’
‘Ik ben nog steeds altijd bang voor de toekomst, ik hoop dat het goed blijft gaan. Verder kijk ik echt met een grote glimlach naar de toekomst. Ik kijk naar hoe mijn leven is geworden, in plaats van hoe het toen was.’
‘Zorg ervoor dat je je onderliggende problemen oplost en weet waarom je naar de drugs neigt.’
*De echte naam van David is bij de redactie bekend.
Thema's: