Ruim tien jaar geleden bombardeert een Nederlandse F16 de Iraakse stad Hawija. Er komen minstens 85 burgers om het leven. Toch blijft compensatie voor hen uit.
In de nacht van 2 op 3 juni 2015 bombardeert een Nederlandse F16 een bommenfabriek van IS in de Iraakse stad Hawija. Bij de explosie die volgt, komen minstens 85 burgerslachtoffers om. Honderden anderen raken gewond of verliezen hun huis, bedrijf of naasten. Oud-minister Ruben Brekelmans van Defensie maakt excuses, maar de slachtoffers en nabestaanden krijgen geen compensatie.
Jarenlang houdt Defensie vol dat Nederland niet aansprakelijk is voor de aanval, omdat de bommenfabriek een legitiem doel was. Maar Brekelmans zegt ook: het is onmogelijk om te achterhalen wie slachtoffer is. Informatie die wel voorhanden is, zou niet aan de ‘juridische lat’ voldoen. Als we Defensie vragen wat die juridische lat dan behelst, krijgen we geen antwoord. En dus reizen wij samen met Investico af naar Irak om uit te zoeken of het klopt dat het tien jaar na dato onmogelijk is om te achterhalen wie schade leed door het Nederlandse bombardement. In Hawija spreken we met getroffen burgers, wiens levens nog steeds in duigen liggen.
En we bezoeken het Iraakse compensatiekantoor in provinciehoofdstad Kirkuk, dat beschikt over documentatie van slachtoffers uit Hawija. Daarnaast stuiten we op een database vol met slachtofferdossiers.
Maar de Nederlandse overheid? Die vroeg nooit naar meer informatie. Bovendien betaalde Defensie vroeger wél als het misging. En dus gaan we verhaal halen bij minister Dilan Yeşilgöz.
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA Nieuwsbrief!