
Links: Barbara Barend, rechts: Anouk Hoogendijk
Het vrouwenvoetbal in Nederland is in korte tijd enorm gegroeid. Oud-international Anouk Hoogendijk en sportjournalist Barbara Barend zagen van dichtbij hoe de sport veranderde. Zijn de kansen voor vrouwen inmiddels hetzelfde als die voor mannen?
‘Al toen ik als zesjarige op voetbal wilde’, zegt Barbara Barend resoluut. Jongens mochten vanaf hun zesde beginnen, maar meisjes pas vanaf hun achtste. ‘Het zou namelijk “medisch onverantwoord” zijn voor een meisjeslichaam. Echt een bizar argument.’
Haar familie vocht de regel aan en schakelde een Duitse arts in. Met succes: de KNVB wijzigde de reglementen. Hierdoor kon Barend in een jongensteam spelen, maar de kansen bleven ongelijk. ‘Mijn teamgenoten gingen later naar clubs als Ajax of Volendam. Voor mij bestond die route niet, ook al was ik een van de besten. Clubs leidden op voor het eerste elftal, en dat bestond alleen uit mannen.’ Uiteindelijk is Barend gestopt met voetbal, vanwege een blessure.
Ook Anouk Hoogendijk merkte al op jonge leeftijd dat er anders naar meisjes wordt gekeken. Ze was negen jaar oud toen ze begon met voetballen. ‘Mensen vonden het raar', vertelt ze. ‘Het was “geen sport voor meisjes”. En ik was ook nog eens geen “voetbaltype”. Blijkbaar moest dat mannelijker zijn. Dat vond ik altijd zo vreemd.’
Het probleem ligt, volgens Barend, al bij de basis. ‘Voetbalclubs zijn historisch gezien ingericht voor jongens en mannen.’ Voor dames betekent dat: overvolle teams, trainen op slechtere velden, geen scheidsrechters en minder goede faciliteiten. Hoogendijk herkent dit verhaal en trekt een pijnlijke conclusie: ‘Omdat het altijd zo was geweest, vonden we dat bijna normaal.‘
Hoogendijk speelde in haar laatste jaar als profvoetballer bij een van de best betalende clubs, maar ze verdiende ongeveer 1.400 euro bruto per maand. ‘Toen ik stopte, wilde ik met mijn vriend een huis kopen, maar met 18.000 euro per jaar kreeg ik geen hypotheek.’ De speelsters trainden hiervoor zes keer per week en ze kregen soms alleen reiskosten vergoed. Toch kijkt Hoogendijk er met trots op terug: ‘Het ging nooit om geld of bekendheid, maar om de liefde voor de sport.’
Inmiddels is er wel vooruitgang, vindt ze. Speelsters van het Nederlands elftal krijgen nu voor interlands dezelfde vergoeding als mannen. Hoogendijk benadrukt dat de voetballende vrouwen zelf ook niet verwachten of eisen hetzelfde te verdienen als mannen. ‘Mannen leveren nu eenmaal meer op, alleen al met merchandise. Maar in de Eredivisie is het verschil zo groot dat vrouwen op zijn minst een minimumsalaris moeten kunnen krijgen’, aldus Hoogendijk.
Salaris is niet het enige wat telt, geeft Barend aan: ‘Voor veel speelsters zijn goede faciliteiten, medische begeleiding en erkenning ook heel belangrijk. Dat je niet ergens achteraf traint, maar echt dezelfde status hebt als de rest van de club.’
In Barends missie voor meer gelijkheid en erkenning, heeft ze mede HERA United opgericht. Dit is de eerste volledig professionele vrouwenvoetbalclub van Nederland, die vanaf seizoen 2025/2026 in de Vrouwen Eredivisie speelt. Bij HERA United staat vrouwenvoetbal centraal. ‘Bij veel clubs is het een bijzaak, bij ons de kern’, zegt Barend. ‘Eigen beleid, eigen marketing en volledige focus op vrouwelijke spelers.’ Zo wil de club laten zien wat mogelijk is als je vrouwenvoetbal serieus neemt. Zowel op het veld als op bestuurlijk niveau. Volgens Barend begint echte verandering namelijk aan de top, waar de belangrijke beslissingen worden genomen.
Hoogendijk behoort tot de eerste generatie Nederlandse speelsters die het vrouwenvoetbal echt op de kaart heeft gezet. In die periode was Vera Pauw bondscoach en een belangrijke initiatiefnemer achter de groei en professionalisering van de sport. Zij benadrukte dat speelsters eerst moesten presteren, voordat ze iets konden eisen. Zo gezegd, zo gedaan. Onder haar leiding werden speelsters, waaronder Hoogendijk zelf, naar voren geschoven als rolmodellen. Ze verscheen in talkshows en presenteerde zichzelf én de sport op een professionele manier, waardoor het vrouwenvoetbal mee erkenning kreeg.
Dit verliep niet altijd zonder obstakels. Hoogendijk: ‘We kregen vaak te horen dat ons niveau laag was en dat we “alleen maar het veld kapot trapten”.’ Maar door hard te werken en te investeren werd uiteindelijk de Eredivisie voor vrouwen opgericht. Hierdoor konden speelsters op het hoogste niveau spelen. Dankzij die basis bereikte Oranje in 2009 de halve finale van het EK, een mijlpaal die behaald werd toen het toernooi voor het eerst op televisie werd uitgezonden. ‘Er gingen ineens deuren open.’
‘Ieder lichaam is anders, maar bij vrouwen speelt de cyclus ook een rol’, zegt Barend. Daarom pleit ze voor maatwerk in training en herstel. Het betekent niet dat wedstrijden aangepast moeten worden, maar dat trainers rekening kunnen houden met belasting. Een studie laat namelijk zien dat speelsters zes keer meer kans hebben op blessures in de dagen voor hun menstruatie. ‘Het is net zo logisch als bij mannen’, legt ze uit. ‘Arjen Robben was vroeger ook sneller geblesseerd en kreeg een aangepaste training. Het gaat om openheid en inzicht: wat kan iemand op dat moment aan?’
Hoewel er nog veel ongelijkheid bestaat, zien beide vrouwen duidelijke vooruitgang. Het vrouwenvoetbal krijgt meer media-aandacht en steeds meer meisjes zien voetbal als een vanzelfsprekende sport. ‘Als ik nu meiden zie met shirts van hun favoriete speelsters, dan ben ik daar echt trots op’, zegt Hoogendijk. Tegelijkertijd ziet ze online nog steeds veel negatieve reacties en worden vrouwen nog altijd met mannen vergeleken.
Barend vult aan: ‘Veel mensen hebben een oordeel, maar hebben nog nooit een wedstrijd gezien. Zodra ze kijken, zijn ze vaak verrast door het niveau. Het publiek is anders en de sfeer toegankelijker.’ Daarnaast ziet zij dat ‘ouderwetse ideeën’ over voetballende meisjes langzaam verdwijnen. ‘Je ziet nu veel meer diversiteit: er is niet één type “voetbalmeisje”.’
'We accepteren te snel hoe dingen zijn. Terwijl we ons vaker moeten afvragen: waarom doen we het zo?’ zegt Barend. Ze raadt meiden en ouders aan vragen te stellen als iets niet klopt. ‘Als iemand zegt: “Zo doen we het nou eenmaal”, is dat geen goed antwoord. Laat je niet tegenhouden door wat anderen vinden. Of je nu voetbalt, danst of bokst; volg je eigen pad en durf de regels aan te passen als ze niet kloppen.’
Ook Hoogendijk zegt dat je verandering moet durven brengen in bestaande structuren en mentaliteit. ‘Als je ergens voor gaat en iets in beweging kunt brengen, is dat supermooi. Je moet nooit opgeven.’
Thema's:
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!