Pauw & De Wit is de dagelijkse talkshow over de actualiteit. Aan tafel voeren afwisselend Jeroen Pauw en Tim de Wit het gesprek van de dag.

Waarom de VS en Rusland in de ruimte wél kunnen samenwerken

22-01-2026
leestijd 4 minuten
ANP-532619933

© ANP

Dat een Japanner, twee Amerikanen en een Rus samen terugkeerden van het Internationaal Ruimtestation (ISS), lijkt op het eerste gezicht routine. Toch is die gezamenlijke terugkeer opmerkelijk. Op aarde zijn de relaties tussen Rusland en de Verenigde Staten door oorlog, sancties en wederzijds wantrouwen al jaren tot een dieptepunt gedaald. In de ruimte daarentegen werken beide landen nog altijd schouder aan schouder. Die tegenstelling roept een fundamentele vraag op: waarom blijft samenwerking in de ruimte mogelijk, terwijl die op aarde steeds verder afbrokkelt? 

Door Hein Keur

Halverwege de vorige eeuw zou gezamenlijke ruimtevaart ondenkbaar zijn geweest. In de jaren vijftig stonden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie lijnrecht tegenover elkaar. De ontwikkeling van langeafstandsraketten en massavernietigingswapens voedde het wantrouwen. De Amerikaanse president Dwight Eisenhower vreesde dat de Sovjet-Unie militair terrein won. Hoewel hij terughoudend was met het verhogen van defensie-uitgaven, wilde hij geen risico lopen om achter te raken. Deze wederzijdse achterdocht en wapenwedloop markeerden het begin van de Koude Oorlog. 

Die rivaliteit verplaatste zich al snel naar de ruimte. De vraag wie als eerste een satelliet in een baan om de aarde zou brengen, groeide uit tot de zogeheten Space Race. Technologische voorsprong gold als bewijs van ideologische superioriteit: kapitalistisch Westen versus communistisch Oostblok. Wie technologisch vooropliep, kon zijn ideologie als superieur presenteren. 

De race begon op 4 oktober 1957, toen de Sovjet-Unie de eerste satelliet, Sputnik, lanceerde. Toch klonk er ook al vroeg een oproep tot samenwerking. In zijn inauguratietoespraak van 1961 zei de Amerikaanse president John F. Kennedy: “Laat beide zijden proberen de wonderen van de wetenschap aan te wenden in plaats van haar verschrikkingen. Laten we samen de sterren verkennen.” 

De Sovjet-Unie wees samenwerking aanvankelijk af. De angst was dat gezamenlijke missies de Verenigde Staten te veel inzicht zouden geven in Sovjet-technologie, met mogelijke militaire gevolgen.  “Onder Chroesjtsjov was samenwerking niet wenselijk,” vertelt ruimtevaart historicus Peter Batenburg. “Hoewel eerste gesprekken in de jaren zestig plaatvonden en het idee voor een gezamenlijk missiemaan zelf was geopperd kwam er pas in de jaren zeventig echt sprake van toenadering.” 

Lees verder onder de foto

ANP-432477217

Nixon & Kosygin

© ANP

Race naar de maan 
Het symbolische einde van de Space Race volgde met de Amerikaanse maanlanding in juli 1969. Enkele jaren later begonnen de grootmachten gesprekken over samenwerking in de ruimte. Hiervoor moest een nieuw, compatibel koppelsysteem worden ontwikkeld, het liefst een van gemeenschappelijke gronden. Op 24 mei 1972 ondertekenden de Amerikaanse president Richard Nixon en de Sovjet-premier Aleksej Kosygin een overeenkomst die de basis legde voor het Apollo-Sojoez-testproject. 

Tijdens die gezamenlijke missie in juli 1975 voerden twee Sovjetkosmonauten en drie Amerikaanse astronauten bijna twee dagen lang gezamenlijk experimenten uit. Het project betekende een duidelijke breuk met decennia van rivaliteit. 

Onder Gorbatsjov verbeterde de relatie tussen de Verenigde Staten en Rusland opnieuw. Maar met de val van de Sovjet-Unie kwam er echt verdere samenwerking tot stand rond het Internationaal Ruimtestation. “Ook hier speelden politieke overwegingen een rol”, zegt Batenburg. “Men was bang dat de kennis en expertise van de Sovjet-ruimtevaart zou weglekken naar landen als China, door samen te werken en ook financieel in de Russische ruimtevaart te investeren wou de VS dit voorkomen.” 

Sindsdien vormt het ISS een zeldzame plek waar geopolitieke tegenstanders blijven samenwerken. Zelfs na de Russische annexatie van de Krim in 2014 bleef het dagelijkse werk aan boord grotendeels intact. Volgens Batenburg is dat geen toeval. „Met het oog op samenwerking proberen NASA, Roscosmos, en de andere partners zo veel mogelijk weg te blijven van politieke spanningen. Astronauten en kosmonauten houden zich in het ISS niet bezig met politiek, maar met het draaiende houden van het ruimtestation en het uitvoeren van onderzoek.” 

Van samenwerking naar concurrentie 
Toch kent die isolatie haar grenzen. Na de Russische inval in Oekraïne in 2022 kwamen gezamenlijke projecten onder druk te staan. Dat had directe gevolgen voor andere gezamenlijke ruimtevaartprojecten. Een voorbeeld is de De ExoMars-missie, die datzelfde jaar vanaf Russisch grondgebied gelanceerd had moeten worden, werd stilgelegd. Sindsdien werkt ESA (die de rover heeft gemaakt) aan een eigen landingsplatform in de plaats van de geplande Russische. “Een lancering is daardoor op z’n vroegst in 2028 mogelijk,” zegt Batenburg. “Sommige wetenschappers en ingenieurs die jarenlang aan de missie hebben gewerkt, kunnen daardoor niet meer aan de missie meewerken tot de landing. Zij hebben inmiddels de pensioenleeftijd bereikt. 

Volgens hem laat ExoMars zien dat ruimtevaart nooit volledig losstaat van geopolitiek. “Als de onderlinge verhoudingen slecht zijn, kun je geen gezamenlijke missies opzetten.” 

 “Internationale samenwerkingen in de ruimtevaart reflecteren in dat opzicht altijd de geopolitieke situatie. Als de verhoudingen goed zijn kunnen lange termijn samenwerkingen met wederzijdse afhankelijkheden worden opgezet die, als ze eenmaal staan, lang kunnen worden volgehouden zoals je bij het ISS ziet. Bij verslechterde verhoudingen die nog niet in een economisch of ander vorm van concreet conflict resulteren kun je juist weer wedlopen zien ontstaan. Zo werkt China al jaren gestaag en zonder veel omhaal toe naar een maanlanding. En nu willen de Verenigde Staten niet achterblijven. Met de huidige ontwikkelingen is het lastig te voorspellen hoe internationale samenwerkingen zich zullen ontwikkelen. Dit maakt een nieuwe race naar de maan niet ondenkbaar” 

Ook wetenschappelijk blijft de maan aantrekkelijk. „De samenstelling van de maan vertelt ons veel over het ontstaan van de aarde,” zegt Batenburg. “Als mensen terugkeren naar de maan, kan er veel gerichter en groter onderzoek worden gedaan. Dit is van wetenschappelijk belang omdat de samenstelling van de maan ons ook veel kan vertellen over het ontstaan van de aarde.” 

Ook astronaut André Kuipers benadrukte onlangs bij Pauw & De Wit dat een toekomstige maanmissie deels een prestigestrijd zal zijn. Toch is dat volgens hem niet de belangrijkste drijfveer. “Het gaat ook om wetenschappelijk onderzoek, het winnen van grondstoffen en het voorbereiden van een eventuele missie naar Mars.”  

Bekijk het hele interview met André Kuipers aan tafel bij Pauw & De Wit:  

Delen:
Al 100 jaar voor