BNNVARA

3Lab: Het is maar haar Hoe is het om ineens al je haar te verliezen?

Terug uit Afghanistan: hoe leeft Wouter met PTSS?

26 jun 2020
  •  
leestijd 4 minuten
Wouter en Jurre Geluk

Wouter en Jurre Geluk

© Je zal het maar hebben

Wouter (30) spoorde in de oorlog in Afghanistan bermbommen op. Thuis kampt hij met PTSS. Hoe gaat dat in de praktijk?


Het ging bij de eerste uitzending al mis.

Twaalf jaar geleden ging voor Wouter een grote droom in vervulling: hij werd pantsergenist bij Defensie. Hij kwam terecht in de oorlog in Afghanistan, waar hij de bermbommen opspoorde. ‘We hebben de volle strijd en de volle laag gehad’, zegt hij over die eerste uitzending. ‘We hebben twee strikes gehad’, – een bermbom die ontploft zonder dat je dat wil, je vindt ‘m op de verkeerde manier, namelijk met een voertuig. ‘Gelukkig geen gewonden’, zegt Wouter. Maar dat hij de mijn niet had gezien, blijft erin hakken. Iedere dag. ‘Ik had hem niet kunnen vinden, maar dat neemt niet weg dat ik hem gemist heb. Naar mijn mening heb ik gefaald; ik was ook verantwoordelijk voor de jongens.’


Gevechtsstand
Terug in Nederland volgen jaren van therapie, want Wouter heeft PTSS (posttraumatische stress-stoornis). Continu gaat zijn lijf in gevechtsstand staan, al is er niets aan de hand. ‘Ik voel als eerste druk op de borst, ik zie alles, hoor alles. Ik maak alles van ieder gesprek mee. Dan word ik paniekerig, ik móet dan weg. Het is dan niet meer veilig. Ik word soms ook agressief – in het begin ben ik heel agressief geweest.’ 


Die agressie uit zich tegen wat dan maar in de buurt is – en dat kan ook een persoon zijn. ‘Liever een kast, maar ja, dat haalde ik soms niet. De onmacht, de woede: het komt er dan in één keer uit. Daar ben ik altijd bang voor. Dat is mijn dagelijks ritme, ik ben daar elke dag bang voor.’ De klachten komen vooral als het druk is. In winkelstraten bijvoorbeeld. Maar ook bepaalde temperaturen of geuren kunnen het gevoel aanwakkeren. ‘Dan voel ik mijn scherfvest om mij heen zitten. Dan moet ik heel sterk in mezelf gaan: ik ben gewoon in Nederland, ik ben gewoon hier.’ Dan is er nog die knie. Die is ‘nog steeds kapot’ – opgelopen toen zijn team onder vuur werd genomen. Hij gleed van een berg, heel snel. ‘Als ik weer problemen met mijn knie krijg, ga ik heel snel daar naar terug. En dat is elke dag.’


Vluchtstrook
Wouter is uiteraard niet de enige die na een militaire missie met PTSS te kampen heeft. ‘De cijfers verschillen een beetje per onderzoek, maar gesteld kan worden dat 20 procent van de militairen na terugkeer enigerlei vorm van klachten heeft waarvoor professionele hulp gezocht wordt. De helft van die klachten is psychisch van aard. Ongeveer 10 procent van de teruggekeerde militairen behoeft een vorm van behandeling en in ongeveer 5 procent van de gevallen blijkt er sprake te zijn van PTSS’, aldus de makers van Onze missie in Afghanistan (2016, lees hier het complete artikel).


Voor Onze missie in Afghanistan sprak Maarten Lankhorst (óók in de pantsergenie, net als Wouter, óók in Afghanistan) over de klachten die hij thuis kreeg. ‘Op een gegeven moment vind je jezelf op de vluchtstrook van de snelweg terug, terwijl je met je ogen dicht met 190 kilometer per uur langs het verkeer raast.'

Het complete interview met Maarten Lankhorst

 

Zweethanden
Hoe PTSS in de praktijk werkt, zien we als Jurre Geluk samen met Wouter in een 'bush master' (een enorm ding, hoog op de wielen) zit. Ze rijden op een weg die Wouter goed kent, omdat het de weg van huis naar werk (hij werkt nog steeds bij Defensie, op kantoor) is. Maar eenmaal op weg in de bush master beleeft Wouter alles weer opnieuw. ‘Ik heb onwijze zweethanden nu. Dit is toch heftiger dan ik had verwacht’, zegt hij. ‘Ik ben blij dat ik dit doe, ik keek er een beetje tegenop.’ Al is hij in Nederland, op een veilige weg: zijn lijf denkt daar anders over. ‘Ik had deze lichamelijke reactie niet verwacht, ik voel het op mijn borst.’ Ze stoppen om even buiten te luchten.

Je zal het maar hebben, met Wouter

 

Mindblowing
Het gáát vooruit. Wouter gaat met een vriend naar een onbekend café (‘gaaf, hij moet dit ook blijven doen’, aldus zijn vriend), al zit hij wel direct náást de uitgang. Hij wil graag naar festivals. En hij heeft de golfsport ontdekt! ‘Het ging best wel goed’, zo herinnert hij zich de eerste keer. ‘Ik sliep ineens een nachtje. Ik was ineens helemaal ontspannen, dat was echt megamindblowing.’ Zijn golfmaat Olaf is ook om: ‘Deze sport geeft me heel veel rust, met name in mijn hoofd. Als ik ga slaan, is het alléén het balletje. De rest valt weg.’

Meer over dit onderwerp