Sfeerfoto van BNNVARA

BNNVARA

Voor vrijheid, vooruitgang en verandering

Sahil Amar Aïssa en zijn team van Make Holland Great Again wagen zich aan nieuwe missies om ons land wat mooier te maken. Iedere woensdag om 20:20 op NPO3.

Hoe kunnen we dakloze jongeren helpen?

9 mei 2020
  •  
leestijd 6 minuten
Naomi Doevendans

Naomi Doevendans

© De Nieuws BV

De afgelopen tien jaar verdubbelde het aantal daklozen in Nederland. En onder hen zijn veel jongeren. Onder wie Naomi Doevendans, die op haar zeventiende op straat kwam te staan. Hoe kunnen we jongeren zoals Naomi helpen?
 
Naomi had een moeilijke jeugd. Thuis kon ze het niet meer aan. Op haar veertiende besloot ze voor het eerst weg te lopen van huis. Jeugdzorg vond haar thuissituatie niet ernstig genoeg en stuurde Naomi terug naar huis. Drie jaar later was het genoeg, ze liep opnieuw weg. ‘En nu voorgoed.’ Ze vroeg hulp bij jeugdzorg. Maar omdat ze op dat moment 17,5 was, en dat jaar dus 18 zou worden, kon ze niet meer geholpen worden. ‘Ze zeiden: nu kunnen we niks meer voor je doen', vertelt ze in De Nieuws BV. Ze viel tussen wal en schip. Want jeugdzorg stopt als je 18 jaar bent. ‘En blijkbaar ook als je 17,5 bent.’

Verantwoordelijkheid van de gemeente
De hulp van jeugdzorg reikt tot de achttiende verjaardag. Op die dag verdwijnen deze kinderen uit het oog van alle instanties. En dat gebeurt zo'n 20.000 jongeren per jaar, aldus Marleen van der Kolk, projectleider van Stichting Zwerfjongeren Nederland, in Spijkers met Koppen. 'Als je 18 jaar bent, dan ben je voor de wet volwassen. Maar iedereen met kinderen weet dat je er dan natuurlijk nog lang niet bent. Dus deze kinderen staan er vaak alleen voor, moeten veel dingen zelf zien te rooien. En dat gaat mis.' GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld vindt dit onbegrijpelijk. ‘Het is heel gek dat je tot 18 jaar onder de jeugdzorg valt en dat wanneer je boven de 18 bent, je officieel valt onder de zorgverzekeraars. Ik heb dat al een paar keer aangekaart in de Tweede Kamer en aan de minister. Jongeren die net 18 zijn geworden willen ook nog geholpen worden en ook nog onder de jeugdzorg vallen.’ De reactie van de minister leverde weinig op. Dit is namelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Volgens de minister kunnen de gemeenten er zelf voor kiezen de jeugdzorg te verlengen. ‘Maar dat doen die gemeenten niet. Want er is de afgelopen jaren enorm bezuinigd. De meeste gemeenten komen miljoenen tekort. Ze hebben meer verantwoordelijkheden en minder geld gekregen.’

Die kinderen komen natuurlijk niet zomaar in deze situatie terecht. Net als Naomi hebben veel van deze jongeren een moeilijke jeugd gehad. Van der Kolk: 'Ze hebben vaak op hele jonge leeftijd pech gehad. Ze missen de liefde, veiligheid en hechting van een gezin. Dus dat gaat mis. Ze worden vaak uit huis geplaatst, komen terecht in de jeugdzorg, en dan worden ze 18 en laten we ze los.' Een deel van deze jongeren komt dan op straat terecht. 'Op dit moment hebben we 12,5 duizend dak- en thuisloze jongeren in Nederland.'
Lisa Westerveld

Lisa Westerveld

© De Nieuws BV

Gevaar op straat
Ook Naomi kwam op straat terecht. Met beperkte verblijfplaatsen. Tien nachten per maand kon ze terecht bij StreetCorner. Ook bij nachtopvang HVO-querido kon ze tien nachten verblijven. Maar dan blijven er nog een heleboel nachten over, waarin niks geregeld is voor mensen zoals Naomi. ‘Dat betekent tien of elf nachten op straat, waarin je het maar zelf uit moet zoeken.’ Maar ’s nachts op straat slapen is voor vrouwen heel gevaarlijk. Daarom vond Naomi haar heil in andere dingen. ‘Voor mij was het dus veiliger om uit te gaan. Ik liet me dan trakteren door mannen. Daar begon ik mezelf te verliezen in drank en drugs. De problematiek werd daardoor alleen maar erger.’

Dit had volgens Van der Kolk verholpen kunnen worden als mensen zoals Naomi niet in eerste instantie uit het oog van de instanties waren geraakt. 'Als we ze op hun achttiende kwijtraken zien we ze één jaar later met tien keer zo veel problemen en schulden weer terug. En dan wordt het gewoon heel ingewikkeld. Niet alleen voor de jongeren zelf, maar ook voor de ambtenaren bij de gemeente, de hulpverleners en het onderwijs.'
Verdubbeling daklozen
Naomi was niet de enige die de nachten op straat op zo oploste. ‘Heel veel jongeren proberen op deze manier de nachten door te komen. Want het is relatief veel veiliger dan op straat slapen.’ Westerveld schrikt al lang niet meer van dit soort verhalen. ‘Ik krijg zo veel berichten van jongeren in mijn inbox die aangeven overal hulp te vragen en het maar niet te kunnen krijgen. (…) En het probleem wordt alleen maar erger.’ In de afgelopen tien jaar is het aantal daklozen in Nederland namelijk verdubbeld, naar bijna 40.000 mensen. ‘Het is heel duidelijk dat het kabinet moet ingrijpen, zodat er meer opvangplekken komen, maar ook zodat jongeren die jeugdzorg willen dat kunnen krijgen.’

Het moeilijkste vond Naomi de onwetendheid. ‘Als ik op straat moest slapen, of als ik ’s ochtends wakker werd in de nachtopvang, wist ik nooit waar ik die avond zou zijn. Of waar je die dag bent. Dat maakt het heel wanhopig.’ Er werd Naomi vaak verteld dat ze met de dag moest leven, omdat ze anders hoop zou krijgen en teleurgesteld zou kunnen worden. ‘Je verliest daarmee je toekomstdromen en je verliest je menselijkheid.’
Naomi Doevendans

Naomi Doevendans

© De Nieuws BV

Diagnoses
Het leven op straat was een echt overleven voor Naomi. ‘Je wordt geleefd. Er wordt voor je bepaald wanneer je eet, wat je eet. Dat is ook overleven.’ Uiteindelijk hebben juist haar problemen ervoor gezorgd dat ze er weer bovenop kwam. Na vijf jaar heeft ze een dak boven haar hoofd. ‘Omdat ik zoveel diagnoses heb gekregen, en zo vaak verkeerd gediagnosticeerd ben, heb ik uiteindelijk het label ‘geestelijk beperkt’ gekregen. Daardoor heb ik een Wajong-uitkering gekregen. Daar was ik heel erg blij mee, maar het is om de verkeerde redenen. Want ik had het niet nodig. Ik had het geld natuurlijk wel nodig. Maar ik zit nu voor altijd vast aan die diagnose uit mijn jeugd.’

Bankhoppers
Maar lang niet alle dakloze jongen zwerven nachtenlang over straat. Veel van hen zijn zogenoemde 'bankhoppers'. Zij gaan van vriend naar vriend en slapen zo iedere nacht bij een ander in huis. Het grote probleem met deze groep is dat ze door het 'bankhoppen' onzichtbaar zijn voor instanties. Een ander deel van de jongeren zit in de (crisis)opvang. En het laatste deel zijn ze simpelweg 'kwijt'. 
Huisvesting als basis
Volgens Naomi moet er veel gebeuren om de problemen met dakloosheid onder jongeren te verbeteren. Naomi: ‘De prioriteiten moeten verlegd worden. Huisvesting moet de basis zijn voor iedereen. Noodopvang gaat dat probleem niet oplossen. Dat is als het plakken van een pleister op een diepe wond. Je ziet het niet meer, maar onder die pleister wordt het erger omdat het niet de juiste zorg krijgt.’ Op dit moment kunnen daklozen in aanmerking komen voor hulp als ze in een van de vier bestaande hokjes passen. Namelijk: prostitutie, criminaliteit, verslavingen of geestelijke beperking. ‘Als je niet in die hokjes past krijg je geen hulp, waardoor heel veel mensen de noodzaak zien om in een van die hokjes te gaan passen. Dat lost het probleem natuurlijk niet op. Dat maakt het alleen maar erger.’

Bouwdepot
De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving sluit zich aan bij het punt van Naomi. Vorige week overhandigde zij een rapport aan minister Paul Blokhuis genaamd 'Herstel begint met een huis'. Een goed initiatief, maar toch wil Van der Kolk daar niet op wachten, zij wil nu wat doen voor deze jongeren. Samen met social designer Manon van Hoeckel en het bouwdepot. Een giftvrije uitkering voor jongeren die uit de jeugdzorg komen. 'Van 1050 euro per maand, waarbij jongeren met een plan en begeleiding, maar zonder voorwaarden, aan de slag gaan om hun leven weer op orde te krijgen.' Dit doen ze onder andere in de vorm van een podcast, gemaakt door Van Hoeckel. Aan het einde van het jaar hoopt ze zo een toolkit te kunnen presenteren aan gemeentes. 'Om te laten zien wat het oplevert', aldus Van Hoeckel in Spijkers met Koppen.

Het bouwdepot heeft een compleet andere insteek dan de hulp georganiseerd vanuit gemeentes, omdat er dus geen voorwaarden aan verbonden zijn. Van Hoeckel: 'In het bouwplan staat: wat zijn nou eigenlijk je doelen? Wat wil je dit jaar bereiken? En ook: welke afspraken maak jij onderling met je begeleider? Als een gemeente dit zou doen zouden er tal van regels in staan, maar wij kijken bij de jongeren zelf: wat vinden jullie zelf nou eigenlijk goed? Welke regels zouden erin moeten staan?' Zo ligt het initiatief weer bij de jongeren, waar het hoort. 

Meer over:

,