Wij zijn in het bezit van tien waardebonnen die indertijd gekocht zijn voor 80 gulden per stuk. De bonnen zijn gedrukt, genummerd, ingevuld en voorzien van een handtekening. Het aankoopbedrag staat op de bon die op naam is gesteld. Bij aankoop is verteld dat de bonnen hun waarde niet zouden verliezen; er staat dan ook geen datum op, waarop de bon zou verlopen of zijn waarde zou verliezen. Inmiddels is het systeem van de waardebonnen vaarwel gezegd. De organisatie die de bonnen uitgaf is nauwelijks geneigd een stap te zetten om de bonnen in te wisselen. Na overleg is er sprake van 'coulance' dat wil zeggen dat men de vergoeding heeft vastgesteld op 120 euro. Omgerekend, zo zegt men, is een bon 36 euro waard. Dat brengt het totale aankoopbedrag op 360 euro, maar "er is sprake van een waardevermindering van 4 procent per jaar". De bonnen zijn in juni 2000 gekocht. Dat brengt de waarde op 250 euro en daarvan wil men de helft (? = 120 euro) vergoeden.
Wij vinden deze redenering onjuist en niet-steekhoudend. Daarbij vinden wij dat ongedateerde bonnen niets van hun waarde kunnen verliezen, omdat zij een bedrag in geld vertegenwoordigen. Dat de rente over tien jaar over 800 gulden (360 euro) niet wordt vergoed is alleszins te begrijpen; de voorgestelde coulance wat minder. Of zelfs helemaal niet. Wij denken dat er regels zijn voor dit soort conflicten en anders wel jurisprudentie. Er is tot nu toe geen sprake van een conflict. Wij hebben de vraag voorgelegd en antwoord gekregen van de penningmeester die ons verzocht heeft de waardebonnen op te sturen. Dat hebben wij niet gedaan en dat zijn wij voorlopig ook niet van plan. Wel overwegen wij om het bestuur een aangetekende brief te sturen waarin wij onze opvatting uiteen zetten. Gelijktijdig zouden wij willen verwijzen naar soortgelijke zaken. Is dit een correcte aanpak en heeft u suggesties om onze opvatting (gelijk) te illustreren?