De zorgplicht dient ervoor om de consument te beschermen zodat deze de juiste beslissingen neemt op financieel gebied. De bank stelt zich onder meer in de kern ten doel om financiële producten te verkopen. Daarbij dient zij wel de belangen van de klant in de gaten te houden. Hieronder valt mijns inziens dat de hypotheekverstrekker mij en mijn ex-partner deugdelijk dient voor te lichten over de mogelijkheden en uitleg dient te geven bij eventuele onmogelijkheden als zij hierop een beroep doen. De zorgplicht omvat ook dat de hypotheekverstrekker erop dient toe te zien dat de klant de uit de overeenkomst met de bank voortvloeiende verplichtingen kan nakomen, ook in de toekomst.
Hieraan is naar mijn idee onvoldoende uitvoering gegeven. Doordat via het beleid van bank één van beide partners bij een hoofdelijk gesloten hypotheek wordt achtergesteld ten opzichte van de ander, zonder zich hier op voorhand van bewust te zijn of van had moeten zijn.
Het Haviltex-arrest
De Hoge Raad heeft in deze zaak geoordeeld dat niet (alleen) de taalkundige uitleg van een overeenkomst doorslaggevend is om te bepalen wat partijen zijn overeengekomen, maar dat ook de betekenis die partijen aan de tekst van de overeenkomst mogen toekennen van belang is. Hierbij zijn de omstandigheden van het geval en hetgeen partijen over en weer van elkaar mochten verwachten van belang.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat in een situatie waarbij de algemene voorwaarden eenzijdig (dienstverlener) zijn opgesteld, dat dan van een professionele partij verwacht mag worden dat zij de schriftelijk overeenkomst zodanig duidelijk opstelt dat daaruit de op de wederpartij rustende verplichtingen blijken op een wijze die niet voor misverstand vatbaar is. Als de overeenkomst niet zodanig duidelijk is, komen de gevolgen voor rekening van de professional. Met andere woorden: een vermijdbare onduidelijkheid in de algemene voorwaarden komt voor rekening van diegene die duidelijker had moeten zijn. Ofwel die het in haar macht had om onduidelijkheid te voorkomen. (ECLI:NL:HR:2020:144 r.o. 3.3.2).
Artikel 3.8. van de Algemene voorwaarden van NIBC geeft de mogelijkheid tot het meenemen van de hypotheek bij verhuizing. De zogenaamde verhuisregeling. In het artikel wordt op geen enkele wijze duidelijk hoe om te gaan bij een scheiding en wie van de partners of beide partners aanspraak kan maken op de verhuisregeling. In geen enkel ander artikel wordt gerept over hoe om te gaan bij scheiding en wie aanspraak kan maken op de hypotheek, terwijl beide partners hoofdelijk aansprakelijk zijn. Mijn inziens zijn de algemene voorwaarden onvoldoende duidelijk en is met name artikel 3.8 van de algemene voorwaarden vatbaar voor misverstanden.
Mede gelet op de communicatie van de hypotheekverstrekker via haar website en commercials mag je verwachten dat de hypotheekverstrekker alles in het werk stelt om haar klanten te helpen. Ik kan niet anders concluderen dan dat de bank, als professional, onvoldoende duidelijk is in haar algemene voorwaarden en dat haar communicatie heel wat anders beloofd dan haar feitelijk handelen. Gezien vanuit het oogpunt van de consument die een beroep kan doen op een mogelijkheid, zoals beschreven in artikel 3.8 van de algemene voorwaarden van NIBC. Ik wil u dan ook verzoeken om bij uw beoordeling te toetsen aan de Haviltex-criterium.
Contra poferentem regel
Aansluitend op het Haviltex-criterium doe ik een beroep op het conta proferentem regel. Zoals al eerder aangegeven zijn de algemene voorwaarden van de bank zijn mijn inziens onvoldoende duidelijk en voor meerdere uitleg vatbaar. Dit heeft tot gevolg dat de algemene voorwaarden en met name artikel 3.8 van de algemene voorwaarden ten nadele van bank uitgelegd moeten worden.
Maatstaven van redelijkheid en billijkheid
Als laatste wil ik nog reageren op het feit dat de bank een beroep doet op haar beleidsvrijheid en dat deze niet onaanvaardbaar is naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Ik ben mij ervan bewust dat Kifid in eerdere zaken uitspraak heeft gedaan waarbij is geoordeeld dat beleidsvrijheid niet in strijd is met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Toch wil ik u verzoeken dit toch nog eens te heroverwegen. Met name is van belang dat geen enkele situatie gelijk is en daarom apart getoetst moet worden. Daarnaast moet niet alleen gekeken worden naar de overeenkomst, maar ook naar het feitelijk handelen van de bank.
De eisen van redelijkheid en billijkheid aanvullen wat partijen niet goed hebben geregeld of niet goed hebben afgesproken met elkaar. Van partijen kan en mag niet worden verwacht dat zij alle mogelijke toekomstige gebeurtenissen en omstandigheden in een overeenkomst opnemen. Daarom worden overeenkomsten aangevuld door het geschreven en ongeschreven recht, zoals de redelijkheid en billijkheid. Wat redelijk en billijk is hangt af van de omstandigheden van het geval. Wat in de ene zaak redelijk en billijk kan zijn, is dit in de andere zaak juist niet. De redelijkheid en billijkheid zorgen ervoor dat onredelijke of onbillijke situaties worden voorkomen.
Artikel 3:12 BW zegt over redelijkheid en billijkheid het volgende:
“Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken.”
Ik zie in het verweer van de bank of in de aangehaalde uitspraken (van Kifid) nergens terug op welke manier het beleid van de bank rekening houdt met in de Nederland levende rechtsovertuiging en al helemaal niet met de maatschappelijke en persoonlijke belangen van de klanten van bank.
De wijze waarop de bank haar algemene voorwaarden uitlegt en haar manier van handelen heeft tot gevolg dat of ik onevenredig veel financieel nadeel leidt (€32.000,-) of dat mijn ex-partner niet in de woning kan blijven wonen en opzoek moet naar een huurwoning in een oververhitte markt, waar de huur- en koopwoningen niet voor het oprapen liggen.
De wijze van handelen van de hypotheekverstrekker leidt tot een onevenredig groot nadeel voor mij persoonlijk, maar ook voor al haar andere klanten. Het huidige beleid heeft voor de bank geen enkel nadeel, maar voor haar klanten die wel hoofdelijk aansprakelijk zijn, maar vervolgens geen aanspraak kunnen maken op hun afgesloten producten, des te meer.In hoeverre kan het als redelijk en billijk worden beschouwd wanneer 1 van de 2 gelijkwaardige partners in een hoofdelijk gesloten product wél aanspraak kan maken op voortzetting en de ander in de kou komt te staan?
Verder is het bij een aantal andere hypotheekverstrekkers wel mogelijk om de hypotheek te splitsen. Als het bij andere hypotheekverstrekkers wel mogelijk is waarom houdt de bank dan zo halsstarrig vast haar beleid om niet mee te werken aan het splitsen van een hypotheek? Met andere woorden, wat weegt voor de bank zo zwaar dat zij haar klanten zo nadelig wil behandelen en in de kou wil laten staan?